Uitspraak
,
[minderjarige 1](hierna: [minderjarige 1] ), geboren op [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats] .
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Deze zaak betreft een hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant waarin het gezamenlijk gezag over de minderjarige is gewijzigd en voortaan alleen aan de vader wordt toegekend. De moeder betwist deze wijziging en verzoekt het hof de beschikking te vernietigen.
De moeder voert aan dat zij wel degelijk betrokken wil zijn en kan zorgen voor het kind, maar dat communicatieproblemen vooral voortkomen uit het advies van de gecertificeerde instelling (GI) om geen direct contact met de vader te hebben. De vader en GI stellen dat sinds het gezag exclusief bij de vader ligt, er rust is ontstaan en het kind zich beter ontwikkelt. Diverse hulpverleningstrajecten om de communicatie tussen ouders te verbeteren, zijn zonder succes gebleven.
Het hof overweegt dat op grond van artikel 1:253n BW het gezag kan worden gewijzigd indien er een onaanvaardbaar risico bestaat dat het kind klem of verloren raakt tussen de ouders. Het hof volgt de rechtbank en concludeert dat dit risico aanwezig is en dat verbetering niet te verwachten is. De vader is de hoofdverzorger en moet beslissingen voortvarend kunnen nemen. De moeder kan niet effectief samenwerken, ondanks eerdere hulpverlening.
Daarom is het in het belang van het kind dat het gezag bij de vader blijft. De klachten van het kind zijn gestabiliseerd en er is meer rust sinds de wijziging. De moeder krijgt beperkte omgang volgens een vaste regeling. Het hof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt de bestreden beschikking.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking dat het gezag over de minderjarige alleen aan de vader toekomt wegens het onaanvaardbare risico dat het kind klem raakt tussen de ouders.