De verdachte werd door de politierechter veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken, waarvan één voorwaardelijk, en tot betaling van schadevergoedingen aan twee benadeelden. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in, maar dit gebeurde na het verstrijken van de wettelijke termijn van veertien dagen.
De advocaat-generaal verzocht het hof de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren wegens tardief hoger beroep. De raadsman voerde aan dat de termijnoverschrijding verontschuldigbaar was omdat de verdachte gedetineerd zat en niet begreep wat hij had ondertekend met de afstandsverklaring. Ook was de verdachte in de veronderstelling dat de zitting niet zou doorgaan.
Het hof oordeelde dat deze omstandigheden geen bijzondere, niet aan de verdachte toe te rekenen redenen vormen die de termijnoverschrijding verontschuldigen. De dagvaardingen waren persoonlijk uitgereikt en de verdachte was op de hoogte van de zittingsdatum. Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard.