ECLI:NL:GHSHE:2024:3148
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontnemingsvordering wegens wederrechtelijk verkregen voordeel na hoger beroep
In hoger beroep heeft het gerechtshof het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant bevestigd waarin de ontnemingsmaatregel tot wederrechtelijk verkregen voordeel van €31.149 aan de verdachte is opgelegd. De verdediging voerde aan dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk zou moeten worden verklaard wegens schending van het gelijkheidsbeginsel, omdat een medeverdachte een transactievoorstel kreeg terwijl tegen de verdachte wel werd vervolgd.
Het hof overwoog dat het opportuniteitsbeginsel de officier van justitie de bevoegdheid geeft om te beslissen over vervolging, en dat toetsing door de rechter marginaal is. Het verschil in behandeling tussen de verdachte en de medeverdachte was gerechtvaardigd door verschillen in rol en feiten en door aanvullende strafzaken tegen de verdachte en andere medeverdachten.
De verdediging voerde ook aan dat de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel onjuist was vanwege het niet meenemen van transportkosten. Het hof vond dit onvoldoende om het vonnis te wijzigen. Het hof bevestigde het vonnis en de opgelegde betalingsverplichting.
Het arrest is gewezen door mr. A.R. Hartmann, voorzitter, mr. W.F. Koolen en mr. A.M.G. Smit, waarbij laatstgenoemde niet medeondertekende.
Uitkomst: Het hof bevestigt het vonnis en handhaaft de ontnemingsmaatregel van €31.149 tegen de verdachte.