Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de moeder, bijgestaan door mr. Delsing;
- de vader, bijgestaan door mr. Van der Koelen;
- de raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] .
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
- de tussen partijen overeengekomen zorgregeling gewijzigd en de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen de ouders als volgt bepaald:
- [minderjarige] verblijft in de even weekenden van vrijdagmiddag na school tot zondagavond 18.00 uur (na etenstijd) bij de moeder. De vader haalt [minderjarige] op zondagavond op bij de moeder;
- [minderjarige] verblijft in de oneven weekenden bij de vader;
- [minderjarige] verblijft op donderdagmiddag na school tot vrijdagochtend voor school bij de moeder. In het weekend dat [minderjarige] bij de vader verblijft haalt de vader hem na schooltijd op vrijdagmiddag op;
- [minderjarige] is op zijn eigen verjaardag het komend jaar bij de moeder ( [geboortedatum] 2024) en het daaropvolgend jaar bij de vader ( [geboortedatum] 2025);
- [minderjarige] is op de verjaardag van de moeder en op Moederdag bij de moeder;
- [minderjarige] is op de verjaardag van de vader en op Vaderdag bij de vader;
- de andere feestdagen en schoolvakanties worden in onderling overleg bij helfte verdeeld;
- tijdens de zomervakantie verblijft [minderjarige] de eerste twee weken bij de moeder, vervolgens verblijft hij twee weken bij de vader, daarna weer een week bij de moeder en tot slot nog een week bij de vader;
- zolang [minderjarige] niet naar school gaat gelden de tijden van het kinderdagverblijf als het moment van halen en brengen.
- het verzoek van de moeder met betrekking tot de hoofdverblijfplaats afgewezen;
- het meer of anders verzochte afgewezen.