Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHSHE:2024:2873

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
29 augustus 2024
Publicatiedatum
11 september 2024
Zaaknummer
20-000381-24
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OpiumwetArt. 3 OpiumwetArt. 9 lid 2 Wegenverkeerswet 1994Art. 11 OpiumwetArt. 279 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis met aanpassing kwalificatie en beslissing tenuitvoerlegging bij drugszaken

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter te Maastricht, waarbij de verdachte werd veroordeeld voor meerdere feiten, waaronder opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet en een overtreding van de Wegenverkeerswet 1994.

Het hof bevestigde het vonnis voor het merendeel, maar wijzigde de kwalificatie van het onder 1 bewezenverklaarde feit naar opzettelijk handelen in strijd met artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet, meermalen gepleegd. Tevens werd een beslissing genomen over vorderingen tot tenuitvoerlegging van eerder opgelegde voorwaardelijke straffen. De vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van een week uit 2020 werd afgewezen vanwege de relatieve ouderdom van het feit.

Daarnaast besloot het hof tot onttrekking aan het verkeer van inbeslaggenomen verdovende middelen, omdat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet. De overige vorderingen tot tenuitvoerlegging werden bevestigd of afgewezen in lijn met het vonnis van de politierechter.

De straf opgelegd aan de verdachte omvat een gevangenisstraf van negen weken met aftrek van voorarrest. Het arrest werd uitgesproken op 29 augustus 2024 door een meervoudige kamer van het hof.

Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot negen weken gevangenisstraf met aftrek van voorarrest en middelen zijn onttrokken aan het verkeer.

Uitspraak

Parketnummer : 20-000381-24
Uitspraak : 29 augustus 2024
TEGENSPRAAK (ex artikel 279 Sv Pro)

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 24 januari 2024, parketnummer 03-341884-23 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissingen op de vorderingen tot tenuitvoerlegging van eerder opgelegde voorwaardelijke straffen, parketnummers 03-192261-21, 96-099362-18 en 96-089242-18, in de strafzaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1984,
ingeschreven te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter de verdachte vrijgesproken van het onder 2 ten laste gelegde en ter zake van:
  • opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod (feit 1);
  • opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod (feit 3); en
  • overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (feit 4);
veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 weken met aftrek van voorarrest. Tevens zijn beslissingen genomen op drie vorderingen tot tenuitvoerlegging van eerder opgelegde voorwaardelijke straffen, resulterend in
  • de gelaste tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf voor de duur van 4 dagen in de zaak onder parketnummer 03-192261-21;
  • de gelaste tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf voor de duur van een week in de zaak onder parketnummer 96-099362-18; en
  • de afwijzing van de vordering in de zaak onder parketnummer 96-089242-18.
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Omvang van het hoger beroep
Het hoger beroep is in de appelakte uitdrukkelijk beperkt tot de veroordeling ter zake van hetgeen aan de verdachte onder 1, 3 en 4 ten laste is gelegd. Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het beroepen vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen, met uitzondering van de beslissing op de vorderingen tot tenuitvoerlegging in de zaken onder parketnummer 96-089242-18 en 96-099362-18, in zoverre opnieuw rechtdoende, de vordering in de zaak met parketnummer 96-089242-18 zal toewijzen en de vordering in de zaak met parketnummer 96-099362-18 zal afwijzen, en met onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen verdovende middelen.
Namens de verdachte is afwijzing van de vorderingen tot tenuitvoerlegging in de zaken onder parketnummers 96-099362-18 en 96-089242-18 bepleit.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis – voor zover thans aan het oordeel van het hof onderworpen – en met de gronden waarop dit berust, behalve voor wat betreft:
  • de kwalificatie van het onder 1 bewezenverklaarde; en
  • de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging in de zaak onder parketnummer 96-099362-18;
met toevoeging van een beslissing op het beslag en onder toevoeging van artikel 11 van Pro de Opiumwet aan de door de eerste rechter aangehaalde wetsartikelen.
Kwalificatie
De kwalificatie van het onder 1 bewezenverklaarde behoort – anders dan in het vonnis van de politierechter – te luiden als hieronder vermeld.
Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.
Vorderingen tot tenuitvoerlegging
Het openbaar ministerie heeft in de zaak onder parketnummer 96-099362-18 de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank te Limburg van 16 december 2020 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van een week. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de advocaat-generaal zich op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden afgewezen.
Met de raadsman is het hof van oordeel dat het om een relatief oud feit gaat. Het hof zal de
vordering tot tenuitvoerlegging om die reden afwijzen.
Het hof schaart zich achter de beslissingen van de politierechter tot toewijzing van de vordering onder parketnummer 03-192261-21 en tot afwijzing van de vordering onder parketnummer 96-089242-18 en bevestigt het vonnis in zoverre. Omwille van de duidelijkheid zal het hof evenwel ook deze beide beslissingen in het dictum van dit arrest vermelden.
Beslag
Het hof heeft aan de hand van het dossier niet kunnen vaststellen dat er enige beslissing is genomen met betrekking tot de inbeslaggenomen verdovende middelen. De politierechter heeft daarover in het vonnis geen beslissing genomen. Het hof heeft het beslag op deze voorwerpen in hoger beroep ter terechtzitting aan de orde gesteld en zal daarop bij arrest beslissen.
Deze voorwerpen, met betrekking tot welke het onder 1 en 3 tenlastegelegde en bewezenverklaarde is begaan, dienen te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigthet vonnis waarvan beroep – voor zover thans aan het oordeel van het hof onderworpen – ten aanzien van de beslissing met betrekking tot de vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 96-099362-18 en doet in zoverre opnieuw recht.
Beveeltde tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg van 15 september 2023, parketnummer 03-192261-21, te weten van: een
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) dagen.
Wijst afde vordering van de officier van justitie van het arrondissementsparket Limburg van 28 december 2023, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg van 16 december 2020, parketnummer 96-099362-18, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van een week.
Wijst afde vordering van de officier van justitie van het arrondissementsparket Limburg van 28 december 2023, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg van 21 augustus 2019, parketnummer 96-089242-18, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van een week.
Beveeltde
onttrekking aan het verkeervan de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
  • het inbeslaggenomen goed onder nummer PL2300-2023204428-1666304;
  • het inbeslaggenomen goed onder nummer PL2300-2023204428-1666305;
  • het inbeslaggenomen goed onder nummer PL2300-2023204428-1666306;
  • het inbeslaggenomen goed onder nummer PL2300-2023204438-1666307.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.

Aldus gewezen door:
mr.dr. M.M. Koevoets, voorzitter,
mr. S. Riemens en mr. A. Muller, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. R.J. Gras, griffier,
en op 29 augustus 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. S. Riemens is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.