Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHSHE:2024:2766

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
31 juli 2024
Publicatiedatum
2 september 2024
Zaaknummer
20-003267-23
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 311 SrArt. 359 SvArt. 27 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen veroordeling voor diefstal door twee of meer verenigde personen

De verdachte werd door de politierechter veroordeeld tot een gevangenisstraf van 1 maand voor diefstal door twee of meer verenigde personen. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter vanwege onvoldoende motivering en deed opnieuw recht.

Het hof verklaarde bewezen dat de verdachte op 23 augustus 2023 te Sas van Gent, samen met een ander, meerdere verpakkingen noten heeft weggenomen die toebehoorden aan een benadeelde. De verdediging voerde aan dat er geen sprake was van mobiel banditisme en verzocht aansluiting te zoeken bij de LOVS-oriëntatiepunten, die een geldboete voor eenvoudige winkeldiefstal adviseren.

Het hof oordeelde echter dat de hoeveelheid gestolen goederen en de omstandigheden duiden op planmatig handelen, wat overlast veroorzaakt voor winkeliers en schade voor de maatschappij. Gelet op de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, veroordeelde het hof hem tot een gevangenisstraf van 1 maand met aftrek van voorarrest.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 1 maand gevangenisstraf met aftrek van voorarrest voor diefstal door twee of meer verenigde personen.

Uitspraak

Parketnummer : 20-003267-23
Uitspraak : 31 juli 2024
TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv Pro)

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, van 21 november 2023, in de strafzaak met parketnummer 02-213926-23 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1997,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter de verdachte voor ‘diefstal door twee of meer verenigde personen’ veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand met aftrek van het voorarrest.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en opnieuw rechtdoende, het tenlastegelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met aftrek van het voorarrest.
Door de verdediging is een strafmaatverweer gevoerd.
Vonnis waarvan beroep
Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat de politierechter heeft volstaan met aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, maar het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 23 augustus 2023 te Hulst en/of Sas van Gent, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meerdere verpakkingen noten, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om deze/het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 23 augustus 2023 te Sas van Gent, tezamen en in vereniging met een ander, meerdere verpakkingen noten die aan [benadeelde] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht.
Bewijsoverwegingen
De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de
feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:

diefstal door twee of meer verenigde personen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Op te leggen sanctie
De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat de politierechter ten onrechte lijkt te zijn uitgegaan van een vorm van mobiel banditisme. De raadsman stelt dat daarvan in onderhavige zaak geen sprake is. De verdediging heeft het hof om die reden verzocht om bij de strafoplegging aansluiting te zoeken bij de LOVS-oriëntatiepunten, waaruit volgt dat een eenvoudige winkeldiefstal doorgaans wordt bestraft met een geldboete van € 200,00.
Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij tezamen en in vereniging met een ander zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal van een aanzienlijke hoeveelheid verpakkingen noten. Daarbij betrekt het hof de omstandigheid dat op diezelfde dag een vuilniszak gevuld met een zeer grote hoeveelheid zakjes met noten en meerdere accu’s is aangetroffen op de parkeerplaats van de [benadeelde] , welke afkomstig was van de verdachte en medeverdachte. In weerwil van hetgeen van de zijde van de verdediging is aangevoerd, namelijk dat verdachte gewoon vanuit België Nederland bezocht en slechts heeft gehandeld (zoals bewijsbaar) nu zich de gelegenheid zich aan hen voordeed, overweegt het hof dat het wegnemen van dergelijke goederen en dan met name in de hoeveelheden die zijn aangetroffen, niet gebruikelijk zijn voor toeristen en leidt hieruit dan ook af dat verdachte en zijn mededader op planmatige wijze te werk zijn gegaan. Dergelijk handelen levert voor winkeliers veel overlast en ergernis op en hindert hen in de bedrijfsvoering. Daarnaast houdt het hof rekening met de omstandigheid dat ook de maatschappij als geheel schade ondervindt van winkeldiefstallen als de onderhavige, doordat de kosten die gemoeid zijn met het nemen van veiligheidsmaatregelen tegen diefstallen uiteindelijk door de consumenten worden betaald. Door zijn handelwijze heeft de verdachte bijgedragen aan deze nadelige gevolgen. De verdachte heeft voor die gevolgen kennelijk geen oog gehad en zich slechts laten leiden door eigen financieel gewin. Het hof rekent het de verdachte aan dat hij heeft gehandeld zoals is bewezenverklaard.
Ten aanzien van de persoon van de verdachte heeft het hof acht geslagen op het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 16 mei 2024, waaruit blijkt dat de verdachte in Nederland niet eerder onherroepelijk voor een soortgelijk feit is veroordeeld.
Ten slotte heeft het hof acht geslagen op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.
Alles afwegende is het hof van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand met aftrek van het voorarrest, passend en geboden is.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De beslissing is gegrond op artikel 311 van Pro het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

BESLISSING

Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
1 (één) maand;
beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Aldus gewezen door:
mr. A.J. Henzen, voorzitter,
mr. W.F. Koolen en mr. E.F. Stamhuis, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. L. van Harskamp, griffier,
en op 31 juli 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. E.F. Stamhuis is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.