Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag watersysteemheffing gebouwd 2021 van €19,51, stellende dat de objectafbakening onjuist was doordat gemeentegrond en een klampmuur ten onrechte waren meegerekend, wat de aanslag met €1,04 verhoogde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het hof bevestigt dit oordeel.
Het hof overweegt dat de objectafbakening en WOZ-waarde worden vastgesteld door de gemeente, en dat de heffingsambtenaar van het waterschap deze moet volgen. Bezwaar tegen de objectafbakening moet via de WOZ-procedure bij de gemeente worden gemaakt, niet in een procedure tegen de watersysteemheffing. De hoogte van de aanslag wordt bepaald aan de hand van de WOZ-waarde zoals vastgesteld door de gemeente.
Ten aanzien van de adressering merkt het hof op dat het belastingobject voldoende duidelijk is omschreven, ondanks het verschil in hoofd- en kleine letters in de objectaanduiding. Belanghebbende wist om welke woning het ging, en de aanslag is terecht aan hem opgelegd.
Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Het griffierecht wordt niet vergoed.