Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 11075437 \ VV EXPL 24-22)
2.Het geding in hoger beroep
- de beschikking van 18 juli 2024, waarbij de rolraadsheer de dagvaardingstermijn heeft verkort;
- de memorie van antwoord van Woonkwartier met 3 producties;
- de mondelinge behandeling, waar:
3.De beoordeling
- Er bestaat een voldoende spoedeisend belang aan de zijde van Woonkwartier (rov. 4.1).
- Woonkwartier was bevoegd de huurovereenkomst buitengerechtelijk te ontbinden (rov. 4.2).
- Dat het op 8 februari 2024 door de burgemeester genomen sluitingsbesluit nog niet onherroepelijk is, doet aan die ontbindingsbevoegdheid van Woonkwartier niet af (rov. 4.3).
- Niet aannemelijk is dat een tot die ontbinding strekkende verklaring door [appellant] is vernietigd (rov. 4.4).
- Onder de gegeven omstandigheden bestaat geen grond om te oordelen dat Woonkwartier de persoonlijke belangen van [appellant] had moeten laten prevaleren, een buitengerechtelijke ontbinding van de huurovereenkomst naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is of dat Woonkwartier, handelend als zij heeft gedaan, misbruik van recht heeft gemaakt, zodat de huurovereenkomst terecht buitengerechtelijk is ontbonden en de vraag of [appellant] wanprestatie heeft gepleegd geen beoordeling meer behoeft (rov. 4.5 en 4.6).
- Omdat aannemelijk is dat [appellant] na de ontbinding zonder recht of titel in de woning verblijft, is de vordering tot ontruiming van het gehuurde toewijsbaar, met dien verstande dat de termijn waarop dat dient te gebeuren op één maand moet worden gesteld (rov. 4.7) en de gevorderde dwangsom wegens gebrek aan belang zal worden afgewezen (rov.4.8).
- Als grotendeels in het ongelijk gestelde partij is [appellant] verwezen in de kosten van het geding (rov. 4.9).
- Het vonnis zal uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard (rov. 4.10).
- ontruiming van het gehuurde binnen één maand
- betaling van de proceskosten.
- ontruiming van het gehuurde binnen één maand
- betaling van de proceskosten.
- griffierecht € nihil
- salaris gemachtigde € 543,00
- dagvaardingskosten € 112,37
- griffierecht € 349,00
- salaris gemachtigde € 2.428,00 (2 punten x tarief II)
- nakosten