Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHSHE:2024:2554

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
9 augustus 2024
Publicatiedatum
12 augustus 2024
Zaaknummer
20-002760-23
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging veroordeling bedreiging met misdrijf tegen het leven meermalen gepleegd

In deze strafzaak stond verdachte terecht voor meermalen gepleegde bedreiging met een misdrijf tegen het leven. De politierechter in Maastricht had verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 dagen, waarvan 18 dagen voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest en een proeftijd van twee jaar. Daarnaast werd een immateriële schadevergoeding van €200 aan de benadeelde toegekend, vermeerderd met wettelijke rente, en werd een schadevergoedingsmaatregel opgelegd ten behoeve van het slachtoffer.

Verdachte stelde hoger beroep in tegen dit vonnis. De verdediging bepleitte primair vrijspraak en subsidiair een matiging van de straf en schadevergoeding. Ook werd betoogd dat de vordering van de benadeelde niet-ontvankelijk zou moeten worden verklaard.

Het hof heeft het onderzoek in hoger beroep verricht en de vordering van de advocaat-generaal en de verweren van de verdediging afgewogen. Het hof sluit zich volledig aan bij de motivering en bewijsoverwegingen van de politierechter en ziet geen reden tot wijziging van het vonnis. De verweren in hoger beroep leiden niet tot een ander oordeel.

Het hof bevestigt het vonnis van de politierechter, handhaaft de straf en de schadevergoedingsmaatregel en wijst de vordering van de benadeelde toe zoals eerder bepaald.

Uitkomst: Het hof bevestigt de veroordeling en handhaaft de straf en schadevergoeding.

Uitspraak

Parketnummer : 20-002760-23
Uitspraak : 9 augustus 2024
TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv Pro)

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

’s-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 11 oktober 2023, in de strafzaak met parketnummer 03-223075-23 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1989,
volgens mededeling van de raadsvrouw ter terechtzitting in hoger beroep wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter het tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als ‘bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd’, de verdachte deswege strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 dagen, waarvan 18 dagen voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht en met een proeftijd van twee jaren. De vordering van de benadeelde partij [benadeelde] is gedeeltelijk toegewezen tot een bedrag van € 200,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 september 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. Ten behoeve van slachtoffer [benadeelde] is daarnaast de schadevergoedingsmaatregel opgelegd. Tevens is de verdachte veroordeeld in de proceskosten en is de vordering voor het overige afgewezen.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep integraal zal bevestigen.
De raadsvrouw van de verdachte heeft primair vrijspraak bepleit. Subsidiair is een straftoemetingsverweer gevoerd. Gelet op de bepleite vrijspraak heeft de raadsvrouw betoogd dat de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] primair niet-ontvankelijk dient te worden verklaard en subsidiair dat het toe te wijzen bedrag aan schadevergoeding dient te worden gematigd.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en met de redengeving waarop dit berust, daaronder mede begrepen de bewijsoverwegingen waarin de verweren van de verdediging zijn verworpen. Nu in hoger beroep dezelfde verweren zijn aangevoerd als in eerste aanleg, noopt hetgeen door de verdediging in hoger beroep naar voren is gebracht niet tot een ander oordeel.

BESLISSING

Het hof:
bevestigt het vonnis waarvan beroep.
Aldus gewezen door:
mr. S.C. van Duijn, voorzitter,
mr. M.M. Koevoets en mr. M. van der Horst, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. A. Burgmeijer, griffier,
en op 9 augustus 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.