Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft op 18 juli 2024 het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 18 juli 2023. De verdachte werd veroordeeld voor meerdere feiten van bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht, belaging en vernieling van eigendommen van het slachtoffer. Tevens werd een gevangenisstraf van 24 maanden opgelegd, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, en een maatregel ex artikel 38v Sr voor vijf jaar.
In hoger beroep heeft het hof het vonnis bevestigd. Het hof heeft de overwegingen van de rechtbank aangevuld met betrekking tot de tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van twee weken. Uit jurisprudentie volgt dat meerdere executoriale titels kunnen worden uitgevaardigd zonder dat dit nadelig is voor de veroordeelde, omdat een voorwaardelijke straf slechts eenmaal kan worden uitgevoerd.
Daarnaast heeft het hof geoordeeld dat de rechtbank terecht een schatting van de materiële schade aan auto- en fietsbanden heeft gemaakt, ondanks het ontbreken van een factuur. Voor de immateriële schade is verwezen naar een diagnose van posttraumatische stressstoornis door een GZ-psycholoog, waardoor psychisch letsel bij het slachtoffer is vastgesteld. De schadevergoedingsmaatregel is gehandhaafd. De tenuitvoerlegging van de eerdere voorwaardelijke straf is eveneens gelast.