ECLI:NL:GHSHE:2024:2281
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van appellant wegens niet-indienen memorie van grieven in hoger beroep
In deze civiele zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant. De geïntimeerde, Vesteda, is verstek verleend omdat zij niet is verschenen bij de terechtzitting van het hof. Appellant kreeg een termijn van zes weken om een memorie van grieven in te dienen, met een ambtshalve uitstel van vier weken.
Op de rol van 4 juni 2024 stelde de rolraadsheer vast dat appellant het recht om de memorie van grieven te nemen was vervallen, omdat deze proceshandeling niet binnen de gestelde termijn was verricht en geen nader uitstel was verkregen. Hierdoor werd aan de wederpartij ambtshalve een akte van niet-dienen verleend.
Omdat appellant geen grieven tegen het vonnis van eerste aanleg heeft aangevoerd, verklaart het hof hem niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en op 16 juli 2024 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Appellant is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het niet tijdig indienen van de memorie van grieven.