De verdachte werd door de politierechter veroordeeld tot een gevangenisstraf van 2 weken voor diefstal van een fiets, waarbij de benadeelde partij niet-ontvankelijk werd verklaard in haar schadevordering. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter vanwege onvoldoende motivering en stelde het tenlastegelegde opnieuw vast: de verdachte heeft op 4 mei 2023 te Helmond, samen met een ander, een fiets van de benadeelde weggenomen met het oogmerk zich deze wederrechtelijk toe te eigenen.
De bewijsvoering berustte voornamelijk op de bekennende verklaring van de verdachte tijdens het politieverhoor en de aangifte van het slachtoffer. Er werden geen omstandigheden gevonden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde of de verdachte uitsluiten. Het hof hield rekening met het strafrechtelijk verleden van de verdachte, waaronder een eerdere veroordeling voor soortgelijke feiten tijdens de proeftijd.
Gelet op de ernst van het feit, het strafrechtelijk verleden en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, achtte het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken passend. Tevens werd de tenuitvoerlegging gelast van een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken, omdat de verdachte het nieuwe feit tijdens de proeftijd beging. De tijd die de verdachte in voorarrest doorbracht, wordt in mindering gebracht op de straf.