In deze civiele procedure in hoger beroep staat de beoordeling van de letselschade centraal die [appellant] heeft geleden na een geweldsincident. Het hof behandelt onder meer het causale verband tussen het incident en het zien van vlekjes (mouches volantes), waarbij het hof concludeert dat er een condicio sine qua non-verband bestaat met het incident, maar dat deze klachten geen functionele beperkingen veroorzaken. De immateriële schadevergoeding wordt vastgesteld op €150.
Daarnaast wordt het behandeltraject van [appellant], die lijdt aan PTSS, besproken. Het hof constateert dat [appellant] niet alle geadviseerde behandelingen heeft gevolgd en dat de klachten grotendeels onveranderd zijn. Ook wordt de discussie over het verlies aan arbeidsvermogen behandeld, waarbij het hof vaststelt dat [appellant] niet het volledige UWV-dossier heeft overgelegd en dat een mondelinge behandeling zal plaatsvinden om verdere onderbouwing te verkrijgen.
Het hof besluit de zaak aan te houden en een datum voor een mondelinge behandeling te bepalen, waarbij partijen de gelegenheid krijgen hun standpunten nader toe te lichten en te onderzoeken of een schikking mogelijk is. Tevens zal worden besproken of deskundigen benoemd moeten worden en hoe de kosten daarvan worden verdeeld.