Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
Raad voor de Kinderbescherming,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
voor de duur van negen maanden in afwachting van het verloop van de voorlopige omgangsregeling en de resultaten van de ingezette hulpverlening. Het is aan partijen om de rechtbank na afloop van deze termijn van negen maanden schriftelijk te informeren omtrent de stand van zaken onder overlegging van een rapportage van [instantie 1] . Verwacht wordt dat partijen zich dan schriftelijk uitlaten over het verloop van zowel de begeleide omgangsregeling als de ingezette hulpverlening en over het al dan niet handhaven van het verzoek/het verweer. In beginsel zal de zaak dan schriftelijk worden afgedaan, tenzij gemotiveerd wordt aangegeven dat een voortzetting van de mondelinge behandeling gewenst is. Daarna zal de rechtbank partijen informeren over het verdere verloop van de procedure.”