In deze zaak staat de benoeming van een bewindvoerder en mentor voor een betrokkene centraal. De rechtbank Limburg had mevrouw [de bewindvoerder] en [de mentor] B.V. benoemd, maar de vrouw in hoger beroep betwistte deze benoeming en verzocht zelf benoemd te worden of een andere professionele derde.
De man verdedigde de oorspronkelijke beschikking en stelde dat het in het belang van de betrokkene is dat een onpartijdige en professionele bewindvoerder en mentor worden benoemd. De verstandhouding tussen de ouders is verstoord, wat onrust veroorzaakt voor de betrokkene.
Het hof overwoog dat het belang van de betrokkene voorop staat en dat een goede samenwerking tussen de verzorgende ouder en bewindvoerder/mentor noodzakelijk is. Gezien de omstandigheden en het ontbreken van vertrouwen in de huidige bewindvoerder en mentor, besloot het hof de eerdere benoeming te vernietigen en een nieuwe professionele derde te benoemen, conform het verzoek van de vrouw.
De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De nieuwe bewindvoerder en mentor zullen met ingang van 27 juni 2024 hun taken vervullen.