Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De vader en moeder zijn de ouders van een minderjarige geboren in 2018. De moeder oefent het gezag uit en de vader verzocht om gezamenlijk gezag en een omgangsregeling. Na een begeleid omgangstraject dat voortijdig door specialistische jeugdhulp werd beëindigd wegens niet-naleving door de vader, is er sinds mei 2022 geen contact meer geweest.
De rechtbank wees de verzoeken van de vader af, wat hij in hoger beroep aanvocht. De vader erkent zijn nalatigheid in het eerdere traject en is bereid hulp te accepteren, maar heeft geen actuele hulpvraag. De moeder en de raad betwijfelen de haalbaarheid van een nieuw traject en het belang voor het kind.
Het hof overweegt dat de vader geen besef toont van ouderlijke verantwoordelijkheden en hulpverlening nodig heeft. Het contactverbod wegens een strafrechtelijke veroordeling beperkt de mogelijkheden voor contact en hulpverlening. Daarom wordt het verzoek van de vader afgewezen en de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Verzoek vader om gezamenlijk gezag en omgangsregeling wordt afgewezen en beschikking rechtbank bekrachtigd.