Partijen zijn gescheiden ouders die gezamenlijk het gezag over vier minderjarige kinderen uitoefenen. De vader verzocht om vervangende toestemming om met de kinderen in de zomervakantie van 2024 naar Indonesië te reizen en om paspoorten voor de kinderen aan te vragen. De rechtbank wees dit verzoek af, waarna de vader in hoger beroep ging.
De vader stelde dat de vakantie goed voorbereid is, dat de kinderen mee willen en dat de spanningen voortkomen uit het loyaliteitsconflict tussen de ouders. De moeder betoogde dat de reis niet in het belang van de kinderen is vanwege de spanningen, de negatieve invloed van het netwerk van de vader en de problematiek binnen het gezin. De Raad voor de Kinderbescherming gaf aan dat het loyaliteitsconflict bestaat en dat de vakantie te beladen is.
Het hof overwoog dat de vakantie naar Indonesië in de gegeven omstandigheden niet in het belang van de kinderen is. De spanningen tussen ouders en kinderen, het loyaliteitsconflict en de negatieve rol van een 18-jarige vriendin van de vader maken de situatie te belastend. Ook het subsidiaire verzoek om met drie kinderen te reizen werd afgewezen. Het verzoek om vervangende toestemming voor paspoorten werd eveneens afgewezen omdat er geen belang meer was.
De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het hof bekrachtigde daarmee de beschikking van de rechtbank.