De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden voor opzettelijke beschadiging van goed van een ander, wederrechtelijk binnendringen in een woning, wederspannigheid en het opzettelijk bezit van amfetamine. Tevens werd een gedeeltelijke tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf gelast en werden schadevergoedingen toegekend aan twee benadeelden, terwijl een derde benadeelde niet-ontvankelijk werd verklaard.
In hoger beroep bevestigt het hof de bewezenverklaringen en de strafoplegging, met een verduidelijking van de bewezenverklaring omtrent het bezit van amfetamine. Het hof wijst de vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelden af wegens onvoldoende bewijs van geestelijk letsel en niet-ontvankelijkheid van de derde benadeelde wegens gebrek aan gemachtigde. De schadevergoedingsbedragen worden verlaagd naar €250 per benadeelde.
Daarnaast beslist het hof over het beslag: de inbeslaggenomen amfetamine en verdovende middelen worden onttrokken aan het verkeer vanwege het belang van de wet, terwijl de medicijnen worden teruggegeven aan de verdachte. De kosten worden aan de benadeelden opgelegd. Het arrest is gewezen door de meervoudige kamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 28 mei 2024.