Uitspraak
[de B.V. 1] , [de B.V. 2]en
[de B.V. 3],
[x] Administratie & Advies,
5.Het verdere verloop van de procedure
- het tussenarrest gewezen in het incident ex artikel 351 Rv Pro. van 9 januari 2024;
- de mondelinge behandeling op 2 april 2024 waarbij beide partijen pleitnotities hebben overgelegd.
6.De verdere beoordeling
De feiten
“voor rekening en risico van lastgevers, maar op naam van lastgever de vordering(en) van lastgevers op [geïntimeerde] (…) op naam van lastgever en voor rekening van lastgevers gerechtelijk in te stellen (…)”.
€ 3.251,72 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente (ex artikel 6:119a BW) vanaf de vervaldatum van iedere onderscheidenlijke factuur, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, rente en/of rentedatum;
€ 22.431,75 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente (ex artikel 6:119a BW) vanaf de vervaldatum van iedere onderscheidenlijke factuur, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, rente en/of rentedatum;
€ 250,-- per dag of dagdeel dat [appellant] aan deze veroordeling niet heeft voldaan, een en ander met een maximum van € 50.000,00; dan wel een in goede justitie te bepalen veroordeling en/of dwangsom.