Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
terwijl dit door hem gepleegde geweld enig lichamelijk letsel, te weten
voor die [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad.
1. Proces-verbaal van aangifte, dossierpagina’s 05 tot en met 07, voor zover inhoudende de verklaring van aangever [slachtoffer] , opgesteld door verbalisant [verbalisant 2] , ondertekend op 7 maart 2019:
(het hof begrijpt hier en hierna: medeverdachte [medeverdachte]). Ik zag dat [medeverdachte] en ik neus aan neus stonden en ik hoorde [medeverdachte] roepen dat ze tot aanhouding overgingen. Ik voelde dat [medeverdachte] mij bij mijn nek pakte en omdraaide zodat ik met mijn gezicht richting de heg stond. Ik werd in de heg geduwd. Daarna duwde [medeverdachte] mijn hoofd naar beneden en ik hoorde hem zeggen dat die andere man
(het hof begrijpt: de verdachte)mijn voeten moest pakken hetgeen hij deed. Ik kwam toen liggend op mijn buik terecht. Ik voelde dat [medeverdachte] op mijn benen ging zitten en voelde dat hij een knie in mijn rug zette. Dat deed erg pijn. Ik voelde hierna dat die andere man van de buurtpreventie met een hand mijn kin omhoog trok en toen zijn andere arm in een klem onder mijn kin deed. Hij trok mij toen zo ver mogelijk om en ik merkte dat ik geen lucht meer kreeg en van mijn stokje afging. Ik voelde dat [medeverdachte] wel 10 tot 15 keren knoerhard tegen mijn achterhoofd sloeg waardoor ik met mijn gezicht tegen het trottoir sloeg. Ik heb nog steeds hoofdpijn. Ik heb ook schaafwonden aan mijn beide knieën en last van mijn rug waar [medeverdachte] met de knie op mijn rug heeft gezeten en last van mijn nek vanwege de nekklem die [verdachte] heeft gebruikt.
2. De eigen waarneming van het hof op de foto’s weergegeven op pagina 09 en 10 van het dossier, die als bijlage bij het proces-verbaal van aangifte van aangever [slachtoffer] zijn gevoegd, inhoudende:
3. Schriftelijk bescheid, dossierpagina 26, medische informatie, opgesteld door geneeskundige drs. J. Ibirane op grond van waarneming van dr. Woude op 6 maart 2019, ondertekend op 12 maart 2019 te Eindhoven:
(het hof begrijpt: de medeverdachte), als onderdeel van de buurtpreventie. Op een gegeven moment stonden [medeverdachte] en de man
(het hof begrijpt: aangever [slachtoffer] )zo wat neus aan neus. Ik legde hierop rustig mijn hand op de schouder van de man, waarop de man gelijk begon te duwen. Hij duwde mij direct twee keer achter elkaar op mijn borst. Hierop zeiden wij tegen de man dat hij was aangehouden. Dit liep gelijk uit in een worsteling waarbij wij de handen van de man probeerden te pakken. Uiteindelijk konden wij de man naar de grond brengen door zijn benen onderuit te trekken. Op dat moment hield de man zich nog omhoog met één hand. Ik wilde de man volledig op de grond hebben dus pakte ik zijn hand om hem onderuit te trekken. Nadat de man losliet hebben we hem nog zo’n 2 á 3 minuten op de grond in bedwang gehouden tot de politie ter plaatse was. Deze hebben de man van ons overgenomen.
5. Proces-verbaal van aangifte, dossierpagina 19 tot en met 21, voor zover inhoudende de verklaring van [medeverdachte] , opgesteld door verbalisant [verbalisant 4] , ondertekend op 4 maart 2019:
(het hof begrijpt: aangever [slachtoffer] )twee keer naar achteren duwde. Wij hebben toen tegen hem gezegd dat wij de politie gingen bellen om hem te komen halen. Ik pakte [slachtoffer] in een houdgreep. [verdachte] tilde toen zijn benen op zodat wij hem op de grond konden leggen. [slachtoffer] verzette zich toen hevig waardoor wij gepast geweld moesten gebruiken om hem op de grond te houden.
6. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep d.d. 5 april 2024 voor zover inhoudende de verklaring van de verdachte:
7. Aanvullend proces-verbaal van bevindingen, proces-verbaalnummer PL2100-2019044999-12, opgesteld door verbalisant [verbalisant 3] , afgesloten op 28 april 2022, voor zover inhoudende:
(het hof begrijpt: de verdachte en medeverdachte [medeverdachte]) met zijn tweeën bovenop [slachtoffer] lagen en hem in bedwang hielden. [medeverdachte] had zijn arm rondom de nek van [slachtoffer] dus direct de verdachte overgenomen.
,nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor na te melden duur kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.
BESLISSING
taakstrafvoor de duur van
60 (zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
30 (dertig) dagen hechtenis;
benadeelde partij [slachtoffer]ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 250,00 (tweehonderdvijftig euro)als vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 maart 2019 tot aan de dag der voldoening en bepaalt dat de verdachte met zijn mededader hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is;
verplichtingop om aan de Staat der Nederlanden, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer] , ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 250,00 (tweehonderdvijftig euro), bestaande uit immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 maart 2019 tot aan de dag der algehele voldoening, en bepaalt dat gijzeling voor de duur van ten hoogste 5 (vijf) dagen kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid van de schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;