Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 3] ,wonende te [woonplaats] ,
5.Het vervolg van de procedure in hoger beroep
- het tussenarrest van 7 maart 2023 waarbij het hof een mondelinge behandeling na aanbrengen heeft gelast;
- de door [geïntimeerden] ten behoeve van de mondelinge behandeling na aanbrengen ingezonden producties 15 en 16;
- het proces-verbaal van mondelinge behandeling na aanbrengen van 14 juni 2023;
- de door [appellant] genomen memorie van grieven met producties 1 tot en met 4;
- de door [geïntimeerden] genomen memorie van antwoord met producties 17 tot en met 21, waarvan productie 20 een door [geïntimeerden] opgestelde “Akte van depot” betreft met daarbij een USB-stick;
- de door [appellant] genomen akte;
- de door [geïntimeerden] genomen antwoordakte.
6.De beoordeling
- a. [geïntimeerden] hebben de woning aan [adres] te [plaats] met ingang van 1 juni 2021 verhuurd aan [appellant] , tegen een huurprijs van € 795,00 per maand. Artikel 4.4 van de huurovereenkomst bepaalt dat de huurprijs maandelijks vóór of op de eerste dag van de betreffende maand moet worden voldaan.
- b. [appellant] heeft een huurachterstand laten ontstaan. Uit het onbestreden overzicht van huurbetalingen dat [geïntimeerden] als productie 2 bij de inleidende dagvaarding hebben overgelegd, blijkt dat deze huurachterstand begin september 2022 € 4.665,-- bedroeg.
- c. [appellant] heeft vervolgens op 9 september 2022 € 795,-- en op 16 september € 795,-- betaald. De huurachterstand bedroeg na deze betalingen (in de tweede helft van september 2022) € 3.075,--.
- d. [appellant] heeft daarna geen huurbetalingen meer verricht. Toen de inleidende dagvaarding in de onderhavige kortgedingprocedure op 19 oktober 2022 werd uitgebracht, was de huurachterstand opgelopen tot € 3.870,-- (bijna 5 maanden).
- e. In september 2022 is in de woning enige waterschade ontstaan als gevolg van een lekkage. De partijen hebben daarover contact gehad.
- f. In de loop van de huurovereenkomst hebben partijen ook contact gehad over andere kwesties met betrekking tot de woning (waaronder scheuren in de wanden van de badkamer bij de douche, een probleem met stroom in de slaapkamer en een defect slot van de toegangsdeur van de woning).
- ontruiming van de woning;
- betaling van € 3.870,-- aan [geïntimeerden] ter zake achterstallige huur over de periode tot en met oktober 2022, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vervaldata van de betreffende huurtermijnen;
- betaling van € 795,-- aan [geïntimeerden] voor elke ingegane maand vanaf november 2022 tot aan de datum van de ontruiming;
- betaling van € 432,50 aan [geïntimeerden] ter zake buitengerechtelijke kosten;
- [geïntimeerden] hebben een spoedeisend belang bij het hun vorderingen, zodat die vorderingen in kort geding kunnen worden beoordeeld (rov. 4.1).
- [appellant] heeft na de inleidende dagvaarding ook de huur over november 2022 onbetaald gelaten, en gesteld dat hij de huur over maand december 2022 pas zal betalen als aan zijn voorwaarden is voldaan (rov. 4.2).
- Dat inmiddels gebreken zijn ontstaan aan de woning, vormt geen rechtvaardiging voor het laten ontstaan van de huurachterstand. De waterschade rechtvaardigt niet het geheel opschorten van de huur over oktober, november en december 2022. Gelet op de hoogte van de huurachterstand is de vordering tot ontruiming van de woning toewijsbaar (rov. 4.3).
- Ook de andere vorderingen zijn toewijsbaar, nu deze worden erkend (rov. 4.4).
- betaling van € 3.870,-- aan [geïntimeerden] (hof: achterstallige huur over de periode tot en met oktober 2022), vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dag van opeisbaarheid;
- betaling van 795,-- aan [geïntimeerden] voor elke ingegane maand vanaf november 2022 tot aan de datum van de ontruiming;
- betaling van € 432,50 aan [geïntimeerden] ter zake buitengerechtelijke kosten.
- g. [geïntimeerden] hebben het beroepen kortgedingvonnis op 27 december 2022 aan [appellant] laten betekenen en ontruiming van de woning aangezegd tegen 18 januari 2023.
- h. Op 11 januari 2023 heeft [appellant] het gehuurde aan [geïntimeerden] opgeleverd.
- i. [geïntimeerden] hebben de woning met ingang van 15 januari 2023 verhuurd aan een derde.