Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
,
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2020 te [geboorteplaats] .
Raad voor de Kinderbescherming,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het inleidende verzoek van de vrouw ten aanzien van het gezag toe te wijzen en de aantekening in het gezagsregister van 8 augustus 2020 door te halen, die inhoudt dat partijen vanaf die datum gezamenlijk zijn belast met het gezag over de [minderjarige] , dan wel het gezamenlijk ouderlijk gezag over [minderjarige] te wijzigen en te bepalen dat de moeder voortaan het eenhoofdig ouderlijk gezag over [minderjarige] zal dragen, althans een zodanige beslissing te nemen als het hof juist acht;
- te bepalen dat de vader gerechtigd is tot contact met [minderjarige] gedurende eenmaal per 14
3.De beoordeling
- de eerste twee maanden: op zaterdag (onbegeleid) van 10.00 uur tot 13.00 uur, mede dus een keer per twee weken in het bijzijn van de (half)broertjes van [minderjarige] ;
- vervolgens in de derde en vierde maand: (onbegeleid) een weekend per veertien dagen op zaterdag van 10.00 uur tot 18.00 uur; vervolgens vanaf de vijfde maand: (onbegeleid) een weekend per veertien dagen van zaterdag 10.00 uur tot zondag 12.00 uur; vervolgens vanaf de achtste maand: (onbegeleid) een weekend per veertien dagen van zaterdag 10.00 uur tot zondag 18.00 uur;
- vervolgens na een jaar: een weekend per veertien dagen van vrijdag 18.00 uur tot en met zondag 18.00 uur alsmede de helft van de vakanties en feestdagen.