Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHSHE:2024:1331

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
16 april 2024
Publicatiedatum
16 april 2024
Zaaknummer
200.332.076_01
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van appellant wegens niet-nemen van grieven in hoger beroep

In deze civiele zaak heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch appellant niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen het vonnis van de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Dit omdat appellant geen grieven heeft genomen tegen het vonnis waarvan beroep en geen nieuwe procesvertegenwoordiger heeft gesteld na het onttrekken van zijn advocaat.

Het hof had eerder een mondelinge behandeling gelast, die niet heeft plaatsgevonden vanwege het onttrekken van de advocaat van appellant. Vervolgens is appellant meerdere malen in de gelegenheid gesteld een nieuwe advocaat te stellen en grieven in te dienen, maar hieraan is niet voldaan. Hierdoor verviel het recht van appellant om grieven te nemen en werd hem akte van niet-dienen verleend.

Geïntimeerde verzocht daarop het hof om arrest te wijzen. Het hof oordeelde dat appellant niet-ontvankelijk is in het hoger beroep en veroordeelde hem in de kosten van het hoger beroep, die aan de zijde van geïntimeerde zijn begroot op een griffierecht van €2.135 en een salaris advocaat van €607. De kostenveroordeling is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep en veroordeeld in de kosten.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht
zaaknummer 200.332.076/01
arrest van 16 april 2024
in de zaak van
[appellant],
wonende te [woonplaats],
appellant,
advocaat: mr. G.V.M. van den Hoven te Breda (onttrokken),
tegen
Aquaviro B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
geïntimeerde,
advocaat: mr. D.P.M.A.H. Coppens-Roks te Bergen op Zoom,
als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 31 oktober 2023 in het hoger beroep van het door de kantonrechter van de rechtbank van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Bergen op Zoom, onder zaaknummer 10084390 \ CV EXPL 22-2666 gewezen vonnis van 24 mei 2023.

5.Het verloop van de procedure

5.1.
In het tussenarrest van 31 oktober 2023 heeft het hof een mondelinge behandeling na aanbrengen gelast op 11 januari 2024. Deze mondelinge behandeling is niet gehouden omdat de advocaat van appellant zich heeft onttrokken.
5.2.
De zaak is op 16 januari 2024 vervolgens naar de rol van 23 januari 2024 verwezen voor het stellen van een nieuwe procesvertegenwoordiger appellant. Hierbij is aangegeven dat, indien zich geen nieuwe procesvertegenwoordiger stelt, twee weken uitstel wordt verleend voor deze proceshandeling en het nemen van de memorie van grieven (ambtshalve peremptoir).
5.3.
Op de rol van 6 februari 2024 heeft zich geen nieuwe procesvertegenwoordiger gesteld en zijn de grieven niet genomen. De zaak is vervolgens naar de rol verwezen van 20 februari 2024 voor het wederom stellen van een nieuwe procesvertegenwoordiger en het nemen van de memorie van grieven. Hierbij is tevens aangegeven dat het een laatste termijn betreft.
5.4.
Op de rol van 20 februari 2024 heeft zich geen nieuwe procesvertegenwoordiger gesteld en zijn de grieven niet genomen. De rolraadsheer heeft vastgesteld dat het recht van appellant om de memorie van grieven te nemen is vervallen, omdat die proceshandeling niet binnen de daarvoor gestelde termijn is verricht en daarvoor geen nader uitstel is verkregen. De rolraadsheer heeft van dat feit aan de wederpartij akte van niet-dienen verleend.
5.5.
Geïntimeerde heeft vervolgens op de rol van 5 maart 2024 bij H10-formulier het hof verzocht arrest te wijzen.

6.De beoordeling

6.1.
Nu appellant tegen het vonnis waarvan beroep geen grieven heeft aangevoerd, kan hij in het hoger beroep niet worden ontvangen. Hij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in het door hem ingestelde hoger beroep.
6.2.
Als de in het ongelijk gestelde partij zal appellant worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.

7.De uitspraak

Het hof:
verklaart appellant niet-ontvankelijk in het door hem ingestelde hoger beroep;
veroordeelt appellant in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van geïntimeerde begroot op € 2.135,-- aan griffierecht en op € 607,-- aan salaris advocaat (1/2 punt liquidatietarief II);
verklaart de kostenveroordeling in dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, E.H. Schulten en J.M.H. Schoenmakers en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 16 april 2024.
griffier rolraadsheer