ECLI:NL:GHSHE:2023:87

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
17 januari 2023
Publicatiedatum
17 januari 2023
Zaaknummer
200.299.379_01 H
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verbetering arrest inzake burenrecht en proceskostenveroordeling

In deze zaak ging het om een verzoek tot verbetering van een kennelijke fout in het arrest van 13 december 2022 betreffende een burenrechtelijke kwestie over bomen op de erfgrens.

Het hof constateerde dat in de beslissing tot veroordeling in de proceskosten het griffierecht onterecht niet was opgenomen, terwijl dit in de overwegingen wel was vermeld. Het betrof een kennelijke fout die eenvoudig kon worden hersteld.

Het hof heeft daarom het arrest verbeterd door expliciet het griffierecht van € 338,-- toe te voegen aan de proceskostenveroordeling aan de zijde van beide geïntimeerden, naast het reeds genoemde salaris van € 1.114,--. Het arrest van 13 december 2022 blijft voor het overige ongewijzigd.

De uitspraak werd gedaan door het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 17 januari 2023 en betreft een verbetering op grond van artikel 31 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering.

Uitkomst: Het arrest van 13 december 2022 is verbeterd door opname van het griffierecht in de proceskostenveroordeling.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.299.379/01
arrest van 17 januari 2023 strekkende tot VERBETERING in de zin van artikel 31 Rechtsvordering Pro (Rv) van het arrest, gewezen op 13 december 2022
in de zaak van
[appellant],
wonende te [woonplaats],
appellant, hierna: [appellant],
advocaat: mr. R.Ph.E.M. Cratsborn,
tegen:

1.[geïntimeerde 1],

wonende te [woonplaats],
geïntimeerde, hierna [geïntimeerde 1],
advocaat: mr. N.P.H. Vissers,
en

2.[geïntimeerde 2],

wonende te [woonplaats],
geïntimeerde, hierna: [geïntimeerde 2],
advocaat: mr. M.E.J. Duijsens,
op het bij dagvaarding van 7 april 2021 ingestelde hoger beroep van het eindvonnis van de rechtbank (het hof leest verbeterd) Oost-Brabant (zittingsplaats Eindhoven) met zaaknummer: 7503095 CV EXPL 19-909.

1.Inleiding

1.1.
Het hof heeft kennis genomen van een verzoek (bij e-mailbericht van 15 december 2022 11:32 uur) van mr. Lutgens namens [geïntimeerde 2] en een gelijkluidend verzoek (bij e-mailbericht van 22 december 2022 10.30 uur) van mr. Vissers namens [geïntimeerde 1] om een kennelijke (schrijf)fout in het arrest van 13 december 2022 te verbeteren.
1.2.
In zijn brief van 4 januari 2023 heeft mr. R.Ph.E.M. Cratsborn zich namens [appellant] appellant gerefereerd aan het oordeel van het hof.

2.Artikel 31

2.1.
Het hof is van oordeel dat sprake is van een kennelijke fout in het arrest van 13 december 2022 omdat daarin (in 3.10) terecht is overwogen dat [appellant] zal worden veroordeeld in de proceskosten, te weten het griffierecht (€ 338,--) en salaris (€ 1.114,--), maar dat in de beslissing tot veroordeling van [appellant] in de kosten van het hoger beroep (in 4.2) het bedrag van het griffierecht niet is opgenomen. Omdat het gaat om een kennelijke fout die zich leent voor eenvoudig herstel zal het verzoek tot verbetering worden toegewezen.
2.2.
Het arrest van 13 december 2022 zal dan ook op de hierna volgende wijze worden verbeterd.

3.De beslissing

Het hof:
bepaalt dat 4.2 van het arrest van 13 december 2022 moet worden verbeterd in:
‘veroordeelt [appellant] in de kosten in hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerde 1] bepaald op € 338,-- aan griffierecht en op € 1.114,-- aan salaris overeenkomstig het liquidatietarief en aan de zijde van [geïntimeerde 2] bepaald op € 338,-- aan griffierecht en op
€ 1.114,-- aan salaris overeenkomstig het liquidatietarief’,
bepaalt dat deze verbetering onder vermelding van de datum van 17 januari 2023 wordt vermeld op de minuut van het arrest van 13 december 2022 en handhaaft dit arrest voor het overige.
Dit arrest is gewezen door mrs. O.G.H. Milar, C.J.H.G. Bronzwaer en P.M.A. de Groot-van Dijken en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 17 januari 2023.
griffier rolraadsheer