ECLI:NL:GHSHE:2023:766
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen schorsing voorlopige hechtenis wegens handel in wapens
Verdachte wordt verweten handel in wapens te hebben gepleegd. De rechtbank heeft de voorlopige hechtenis van verdachte geschorst, omdat het persoonlijk belang van verdachte zwaarder weegt dan het strafvorderlijk belang en het belang van voorlopige hechtenis ook op andere wijze kan worden gerealiseerd.
De officier van justitie is tegen deze beslissing in hoger beroep gekomen en stelde dat de rechtbank onvoldoende heeft gemotiveerd welk persoonlijk belang zwaarder weegt dan het strafvorderlijk belang. Het hof overweegt dat de rechter ambtshalve moet nagaan of minder bezwarende maatregelen mogelijk zijn en dat de persoonlijke vrijheid van verdachte vanzelfsprekend een zwaarwegend belang is.
Het hof begrijpt dat de rechtbank het gevaar voor herhaling kan ondervangen door het stellen van voorwaarden aan de schorsing, waardoor vrijheidsbeneming niet langer noodzakelijk is. Daarom is de beslissing van de rechtbank niet onbegrijpelijk en wijst het hof het hoger beroep af. De beschikking van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bevestigt de schorsing van de voorlopige hechtenis.