Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHSHE:2023:765

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
2 maart 2023
Publicatiedatum
7 maart 2023
Zaaknummer
000156-23
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67a lid 3 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing hoger beroep tegen voorlopige hechtenis bij poging doodslag met mes

Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep van verdachte tegen de beschikking van de rechtbank die de voorlopige hechtenis had bevolen en het verzoek tot schorsing daarvan had afgewezen. Verdachte wordt verdacht van poging doodslag door meerdere malen met een mes te steken in een café, waarbij meerdere personen ernstig gewond raakten.

Het hof oordeelde dat er voldoende ernstige bezwaren zijn tegen verdachte, mede gebaseerd op zijn bekennende verklaring en de overige dossierinhoud. Gezien de zwaarte van het strafbare feit en het gevaar voor herhaling acht het hof voorlopige hechtenis noodzakelijk. Namens verdachte werd een beroep gedaan op noodweer(exces), maar het hof vond geen evidente noodweersituatie in het dossier die dit zou rechtvaardigen.

De rechter in raadkamer heeft beperkte ruimte om de complexiteit van noodweer(exces) te beoordelen en concludeerde dat de verklaringen in het dossier niet eenduidig zijn en dat het beroep op noodweer(exces) niet slaagt. Ook het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis werd afgewezen omdat geen bijzondere zwaarwichtige omstandigheden waren aangevoerd.

Het hof bevestigde de beschikking van de rechtbank en wees het hoger beroep en het verzoek tot schorsing af.

Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af en bevestigt de beschikking van de rechtbank.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling strafrecht
Raadkamerappelnummer: AVNR. 000156-23
Parketnummer 1e aanleg: [nummer]
Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft gezien de akte van de griffier van de rechtbank [plaats] van [datum], waarbij namens:

[verdachte]

[geboortedatum en -plaats]
[adres]
[detentieplaats]
hoger beroep is ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank [plaats] van [datum], bij welke beschikking de gevangenhouding van [verdachte] werd bevolen en bij welke beschikking het verzoek tot schorsing van de aan [verdachte] opgelegde voorlopige hechtenis werd afgewezen.
Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep.
Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal en verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr. N.A. Koole.
Het hof heeft kennis genomen van het dossier.
Uit het dossier blijkt dat verdachte wordt verweten poging doodslag, meermalen gepleegd, doordat hij in een café meermalen gestoken zou hebben met een mes waarbij meer personen ernstig gewond zijn geraakt.
Er zijn naar het oordeel van het hof voldoende ernstige bezwaren jegens verdachte ter zake hetgeen hem wordt verweten. Het hof verwijst daartoe onder meer naar de bekennende verklaring van de verdachte welke verklaring vooralsnog in voldoende mate wordt ondersteund door de overige inhoud van het dossier.
Hetgeen verdachte wordt verweten, namelijk poging doodslag, meermalen gepleegd, is een strafbaar feit waar naar de wettelijke omschrijving 12 jaar of meer gevangenisstraf op staat en waardoor de rechtsorde ernstig is geschokt. Het zou immers voor de samenleving niet te begrijpen zijn, en het zou door die samenleving ook niet worden geaccepteerd, wanneer degene die met een mes meermalen anderen gestoken heeft in een uitgaansgelegenheid, reeds nu zijn berechting in vrijheid zou mogen afwachten. Dat zou tot maatschappelijke onrust kunnen leiden.
Er is naar het oordeel van het hof ook gevaar voor herhaling. Verdachte begeeft zich kennelijk standaard voorzien van een mes in het uitgaansleven en verdachte is kennelijk ook bereid en in staat dat mes te gebruiken. Dat doet ernstig vrezen voor herhaling.
Namens verdachte is impliciet een beroep gedaan op artikel 67a lid 3 van het Wetboek van Strafvordering nu volgens de verdediging sprake is van een noodweersituatie dan wel van een situatie van noodweerexces. Tevens zou er alsdan geen sprake zijn van een geschokte rechtsorde.
Het hof overweegt als volgt.
Het antwoord op de vraag of er sprake is geweest van noodweer(exces) is in beginsel voorbehouden aan de rechter die over de inhoud van de zaak oordeelt. De ruimte die de rechter in raadkamer heeft is beperkt, namelijk tot een oordeel over de vraag naar de rechtmatigheid en de doelmatigheid van de voorlopige hechtenis. Bij een beroep op noodweer(exces) dient de rechter in raadkamer te beoordelen of de vrijheidsbeneming niet langer gaat duren dan de uiteindelijk door de rechter op te leggen straf. In dit verband is artikel 67a lid 3 van het Wetboek van Strafvordering van belang:
“Een bevel tot voorlopige hechtenis blijft achterwege, wanneer ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat aan de verdachte in geval van veroordeling geen onvoorwaardelijke vrijheidsstraf of tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel zal worden opgelegd, dan wel dat hij bij tenuitvoerlegging van het bevel langere tijd van zijn vrijheid beroofd zou blijven dan de duur van de straf of maatregel.”
Het bepaalde in artikel 67a lid 3 van het Wetboek van Strafvordering vraagt van de rechter in raadkamer een inschatting te maken van de duur van de uiteindelijk aan verdachte op te leggen straf of maatregel. Indien een beroep wordt gedaan op noodweer(exces) wordt van de rechter gevraagd aan de hand van het dossier te bepalen of er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de rechter, later inhoudelijk oordelend, tot de conclusie komt dat er sprake is van noodweer(exces). Of er sprake is van noodweer(exces) is van veel factoren afhankelijk waarbij onder meer de vraag dient te worden beantwoord of voldaan is aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Een dergelijke afweging vereist een zorgvuldige waardering van de feiten en omstandigheden, alsmede van de diverse verklaringen van verdachte(n) en aangever(s) alsmede van een of meer andere getuigen. Bijzondere omstandigheden daargelaten is in raadkamer onvoldoende ruimte voor een dergelijke afweging. Slechts wanneer sprake is van een evidente noodweersituatie kan de rechter in raadkamer tot een overigens voorlopig oordeel komen.
In de onderhavige zaak bevat het dossier verklaringen van aangevers en de verklaring van de verdachte die op onderdelen die relevant zijn voor de beoordeling van de vraag of er sprake is geweest van een noodweer(exces) situatie niet op elkaar aansluiten. Namens verdachte is daarbij aangevoerd dat de verklaringen van aangevers niet betrouwbaar zijn. Naar het oordeel van het hof is de rechter in raadkamer niet aangewezen de betrouwbaarheid van de diverse verklaringen te onderzoeken en te waarderen.
Op basis van de inhoud van het dossier is het hof van oordeel dat er geen sprake is van een evidente situatie van noodweer(exces) en derhalve is er naar het oordeel van het hof vooralsnog geen sprake van een situatie als bedoeld in artikel 67a lid 3 van het Wetboek van Strafvordering.
Het hof wijst af het beroep.
Namens verdachte is tevens beroep ingesteld tegen de afwijzing van het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.
Het hof overweegt als volgt.
Schorsing van de voorlopige hechtenis bij een verwijt van een strafbaar feit waar naar de wettelijke omschrijving 12 jaar of meer gevangenisstraf op staat en waardoor de rechtsorde ernstig is geschokt is in beginsel slechts aan de orde wanneer er sprake is van bijzondere zwaarwichtige de persoon van de verdachte betreffende omstandigheden op grond waarvan het belang dat de samenleving heeft bij voortzetting van de voorlopige hechtenis dient te wijken voor het persoonlijk belang van de verdachte. Dergelijke omstandigheden zijn niet aangevoerd, noch is het hof anderszins van het bestaan ervan gebleken.
Het hof wijst af het verzoek.

BESCHIKKENDE IN HOGER BEROEP:

Wijst af het hoger beroep.
Bevestigt de beschikking waarvan beroep.
Wijst af het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.
Aldus gedaan op 2 maart 2023
door mr. E.A.A.M. Pfeil, voorzitter, mr. G.P.M.F. Mols en mr. J.P.F. Rijken, raadsheren, in tegenwoordigheid van S.J.H. van Beekveld, griffier.
De advocaat-generaal bij dit Gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van verdachte.
's-Hertogenbosch, 2 maart 2023
Gezien d.d.
De directeur van [detentieplaats]