ECLI:NL:GHSHE:2023:708
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewind over goederen na herstel financiële zelfstandigheid
De kantonrechter stelde op 4 februari 2019 bewind in over de goederen van de rechthebbende vanwege diens lichamelijke of geestelijke toestand na het overlijden van zijn echtgenote. De rechthebbende kon destijds zijn financiën niet goed overzien en had vermogensrechtelijke bijstand nodig.
In januari 2022 verzocht de rechthebbende het bewind op te heffen, maar dit verzoek werd op 4 mei 2022 door de kantonrechter afgewezen. De rechthebbende ging hiertegen in hoger beroep en stelde dat de omstandigheden die het bewind noodzakelijk maakten niet meer aanwezig zijn. Hij heeft een vaste baan, woont in een eigen woning en heeft geen schulden.
De bewindvoerder handhaafde het standpunt dat de rechthebbende niet financieel zelfstandig is, maar erkende dat de woonsituatie was veranderd en er geen schulden zijn. Het hof oordeelde dat de noodzaak voor het bewind niet langer bestaat, omdat de rechthebbende zijn financiën kan beheren en de eerdere lichamelijke of geestelijke beperkingen niet meer spelen.
Het hof vernietigde de beschikking van 4 mei 2022 en besloot het bewind op te heffen, met de verplichting voor de bewindvoerder om binnen twee maanden de eindrekening en verantwoording af te leggen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof heft het bewind op omdat de rechthebbende zijn financiële zelfstandigheid heeft herwonnen.