De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor grafschennis omdat hij in augustus 2019 opzettelijk een graf in Diessen had geschonden door een oude grafsteen van zijn grootouders op de grafsteen van zijn overleden oom te lijmen, waarbij kitresten in het graniet trokken en schade veroorzaakten. De verdachte bekende het gebruik van kit, maar ontkende schade te hebben veroorzaakt. Het hof achtte het bewezen dat de verdachte het graf heeft geschonden met opzet, mede gelet op de verkleuringen op de grafsteen en de verklaring van de aangever.
De verdediging pleitte vrijspraak en stelde dat de kit volledig was verwijderd zonder schade, maar dit werd door het hof verworpen. Het hof benadrukte dat het delict grafschennis de piëteit beschermt en dat het schenden van de integriteit van het graf en het krenken van het piëteitsgevoel van nabestaanden strafbaar is.
Het hof hield rekening met het justitieel verleden van de verdachte, dat geen soortgelijke feiten betrof, en met de ernst van het feit en de verstoring van de openbare orde op de begraafplaats. Het hof legde een voorwaardelijke taakstraf van 20 uur op met een proeftijd van 2 jaar, subsidiair 10 dagen hechtenis.
De benadeelde partij had een schadevergoeding van €1.295,- gevorderd, maar deze vordering werd door hem ingetrokken na aanpassing van de grafsteen en overlijden van zijn moeder. Het hof verklaarde de vordering niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang.
Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht met de hierboven genoemde strafoplegging.