Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
De rechtbank heeft de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] toegewezen tot het bedrag van € 2.290,84, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 oktober 2017 tot aan de dag der algehele voldoening. Ten slotte is ten behoeve van het slachtoffer de schadevergoedingsmaatregel opgelegd.
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] is door het hof toegewezen tot het bedrag van € 2.290,84, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 2.000,00 vanaf 16 oktober 2017 en over een bedrag van € 290,84 vanaf 26 november 2017, telkens tot aan de dag der algehele voldoening. Ten slotte is ten behoeve van het slachtoffer de schadevergoedingsmaatregel opgelegd.
hij in of omstreeks de nacht van 15 op 16 oktober 2017 in de gemeente Venlo opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden met het oogmerk een ander, te weten haar zoon [betrokkene 1] , te dwingen iets te doen of niet te doen door:
- genoemde [slachtoffer] vast te pakken en/of
- genoemde [slachtoffer] (al dan niet onder bedreiging van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp,) te dwingen de woning gelegen aan [adres 2] binnen te gaan en/of
- (vervolgens) de voordeur en/of achterdeur van de woning gelegen aan [adres 2] op slot te doen en/of
- genoemde [slachtoffer] (al dan niet onder bedreiging van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp,) te dwingen in de woning gelegen aan [adres 2] te blijven en/of
- daarbij (al dan niet onder bedreiging van een vuurwapen, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp,) tegen genoemde [slachtoffer] te zeggen dat zij morgen naar de gevangenis moest bellen en die [betrokkene 1] moest zeggen dat hij L1 moest bellen om te zeggen dat [verdachte] onschuldig heeft vastgezeten in de zaak van de Bende van Venlo;
- genoemde [slachtoffer] vast te pakken en/of
- genoemde [slachtoffer] (al dan niet onder bedreiging van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp,) te dwingen de woning gelegen aan [adres 2] binnen te gaan en/of
- (vervolgens) de voordeur en/of achterdeur van de woning gelegen aan [adres 2] op slot te doen en/of
- genoemde [slachtoffer] (al dan niet onder bedreiging van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp,) te dwingen in de woning gelegen aan [adres 2] te blijven;
hij in of omstreeks de nacht van 15 op 16 oktober 2017 in de gemeente Venlo [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door een vuurwapen, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer] te richten en/of gericht te houden en/of (daarbij) dreigend tegen die [slachtoffer] te roepen, althans te zeggen, dat hij, verdachte, die [slachtoffer] in de benen zou schieten en/of dood zou schieten wanneer de politie zou komen en/of dat hij, verdachte, door de wc-deur op genoemde [slachtoffer] zou schieten wanneer die [slachtoffer] niet van de wc af zou komen.
Naar het oordeel van het hof ziet die gedraging, zoals dus omschreven in de tenlastelegging, op de dwang jegens [slachtoffer] om haar iets te laten doen en niet om [betrokkene 1] iets te laten doen. Zulks, terwijl in de inleiding van de bewezenverklaring juist is vermeld dat het oogmerk van de verdachte was gericht op het ‘een ander, te weten haar zoon [betrokkene 1] , te dwingen iets te doen’.
- genoemde [slachtoffer] vast te pakken en
- genoemde [slachtoffer] onder bedreiging van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te dwingen de woning gelegen aan [adres 2] binnen te gaan en
- vervolgens de voordeur en achterdeur van de woning gelegen aan [adres 2] op slot te doen en
- genoemde [slachtoffer] onder bedreiging van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te dwingen in de woning gelegen aan [adres 2] te blijven;
hij in de nacht van 15 op 16 oktober 2017 in de gemeente Venlo [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling, door een vuurwapen, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer] te richten en/of gericht te houden en/of daarbij dreigend tegen die [slachtoffer] te zeggen, dat hij, verdachte, die [slachtoffer] in de benen zou schieten en dood zou schieten wanneer de politie zou komen en dat hij, verdachte, door de wc-deur op genoemde [slachtoffer] zou schieten wanneer die [slachtoffer] niet van de wc af zou komen.
(het hof begrijpt: [adres 2] [1] )in Venlo-Zuid. Dit is een hoekwoning. Ik ben via de achterom gegaan. Ik heb toen de scootmobiel achter in de tuin gezet onder het afdak. Toen ik de tuinpoort wilde afsluiten zag ik dat [verdachte]
(het hof begrijpt telkens: verdachte, [verdachte] )ineens voor me stond. Ik kreeg niet meer de kans om de poort af te sluiten. Ik wilde toen de poort uit rennen, weg van mijn woning, maar hij hield mij op dat moment tegen met beide handen. Ik wilde wegrennen, maar dat lukte niet. Ik begon te schreeuwen en hij begon te roepen dat ik naar binnen moest gaan. Ik moest stil zijn van hem maar ik begon nog harder te schreeuwen. Ik zag dat hij een vuurwapen in zijn hand had en dat hij dit vuurwapen op mij richtte. Hij zei tegen mij dat wanneer ik niet naar binnen zou gaan de tuin in, dat hij mij in de benen zou schieten.
(het hof begrijpt: [betrokkene 1] )moest zeggen dat hij Ll moest bellen om te zeggen dat [verdachte] onschuldig heeft vastgezeten in de zaak van de Bende van Venlo. [betrokkene 1] moest zijn naam zuiveren. Dit zei [verdachte] tegen mij onder bedreiging van zijn vuurwapen.
(het hof begrijpt: bijzijn)ook het vuurwapen doorgeladen en dit was hetzelfde geluid. Ik hoorde dat hij tegen me aan het schreeuwen was dat wanneer ik niet van de wc af zou komen hij door de wc deur op mij zou schieten. Ik ben toen niet meer van de wc af gekomen. Ik heb de hele tijd met de politie gebeld totdat de politie bij mij naar binnen viel.
2. Het proces-verbaal van verhoor aangever, opgemaakt d.d. 6 november 2017, met fotobijlagen, dossierpagina’s 77-83, voor zover inhoudende als verklaring van [slachtoffer] :
(het hof begrijpt: [verdachte] )[verdachte] ?
(het hof begrijpt: op jou)gericht?
(het hof begrijpt: vond)mijn sleutels op een later moment terug vlak bij mijn voordeur. Dus ik vermoed dat [verdachte] ook via de voordeur mijn woning heeft verlaten.
3. Het proces-verbaal van bevindingen (uitluisteren 112 gesprek), opgemaakt d.d. 6 november 2017, dossierpagina’s 68-71, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 2] :
(het hof begrijpt: M): Snel die maakt dalijk de deur open hier.
(het hof begrijpt: P): Is dat de bewoner van het pand? Wij zijn onderweg.
(het hof begrijpt: verdachte, [verdachte] ).
(het hof begrijpt: sleutels), die heeft de deur dicht gemaakt, van de voordeur de achterdeur alles heeft die.
(het hof begrijpt: opgewacht)hier in de gats.
4. Het proces-verbaal buurtonderzoek, opgemaakt d.d. 17 oktober 2017, dossierpagina’s 84-84, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 3] :
5. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt d.d. 23 november 2017, dossierpagina 87, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 4] :
6. Het proces-verbaal beelden [adres 3] , opgemaakt d.d. 31 oktober 2017, dossierpagina’s 88-97, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 5] :
7. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt d.d. 7 november 2017, dossierpagina 103, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 4] :
8. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt d.d. 16 oktober 2017, met fotobijlagen, dossierpagina’s 44-46, voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 6] en [verbalisant 7] :
9. De kennisgeving van inbeslagneming, opgemaakt d.d. 16 oktober 2017 door rapporteurs [verbalisant 8] , brigadier van politie, en [verbalisant 9] , hoofdagent van politie, dossierpagina’s 106-107, voor zover inhoudende:
10. De kennisgeving van inbeslagneming, opgemaakt d.d. 17 oktober 2017 door rapporteur [verbalisant 10] , buitengewoon opsporingsambtenaar domein generieke opsporing, dossierpagina 129, voor zover inhoudende:
11. Het proces-verbaal aanvraag DNA-onderzoek sporen en benoeming DNA-deskundige, opgemaakt d.d. 16 oktober 2017, dossierpagina’s 119-120, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 11] :
12. Het proces-verbaal onderzoek stuk van overtuiging, opgemaakt d.d. 17 oktober 2017, dossierpagina’s 127-128, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 10] :
13. Het rapport Onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek naar aanleiding van een gijzeling in Venlo op 15 oktober 2017, opgemaakt d.d. 4 januari 2018, dossierpagina’s 131-135, voor zover inhoudende als onderzoeksbevindingen van dr. L.H.J. Aarts, NFI-deskundige forensisch onderzoek van biologische sporen en DNA:
14. Het proces-verbaal ontvangen DNA-kit, opgemaakt d.d. 6 december 2017, opgenomen in het ongenummerd aanvullend proces-verbaal d.d. 5 februari 2018, op ambtseed opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] , brigadier van politie, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 12] :
(het hof begrijpt: veiligstellen DNA-spoor)
(het hof begrijpt: veiligstellen DNA-spoor)
(het hof begrijpt: veiligstellen DNA-spoor)
15. Het proces-verbaal onderzoek identificatie n.a.v. DNA-sporen inzake profiel cluster 41948, opgemaakt d.d. 25 januari 2018, opgenomen in het ongenummerd aanvullend proces-verbaal d.d. 5 februari 2018, op ambtseed opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] , brigadier van politie, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 13] :
16. Het rapport DNA-onderzoek naar aanleiding van een delict gepleegd in Venlo op 15 oktober 2017, opgemaakt d.d. 18 januari 2018, opgenomen in het ongenummerd aanvullend proces-verbaal d.d. 5 februari 2018, op ambtseed opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] , brigadier van politie, voor zover inhoudende als onderzoeksbevindingen van drs. A.I. Berghout, NFI-deskundige forensisch DNA-onderzoek:
17. Deskundigenrapportage Forensisch DNA-onderzoek van TMFI (The Maastricht Forensic Institute), opgemaakt d.d. 14 juli 2020, afzonderlijk in het procesdossier gevoegd, voor zover inhoudende als onderzoeksbevindingen van dr. P.J. Herbergs, NRGD-geregistreerd forensisch DNA-deskundige:
1. Vraagstelling
2. Ontvangen materiaal
De persoon op de beelden heeft een kalend hoofd. Op de foto’s op dossierpagina 45 neemt het hof waar dat de verdachte op 16 oktober 2017 een kalend hoofd had. Daarbij komt dat screenshots van de camerabeelden zijn getoond aan de aangeefster. Zij heeft bij gelegenheid van haar verhoor door de politie verklaard dat zij de verdachte op de beelden herkent aan zijn postuur, zijn hoofd en het gegeven dat de persoon op de beelden op voor haar bekende wijze met zijn handen in elkaar wandelt.
Door de politie zijn in de woning van aangeefster [slachtoffer] en ook op haar kleding én onder haar nagels sporen aangetroffen die zijn onderzocht op DNA, waarbij een match is aangetoond met het DNA-profiel van de verdachte. Het gaat om sporen op twee sigarettenpeuken in de woning van aangeefster [slachtoffer] , een bloedspoor op haar vest en sporen aan de nagels van haar linkerhand. In hoger beroep is op verzoek van de verdediging door het TMFI een contra-expertise verricht. De bevindingen van het TMFI onderschrijven de onderzoeksbevindingen van het NFI. Bovendien heeft het TMFI ook nog een DNA-match van de verdachte aangetroffen in de bemonstering van sporen op een drinkglas, dat is aangetroffen in de woning van aangeefster [slachtoffer] .
Het is zeer wel mogelijk dat de verdachte – voor wie het duidelijk moet zijn geweest dat de aangeefster op het toilet aan het bellen was met het noodnummer 112, in elk geval aan het bellen was met de politie dan wel met iemand die haar uit deze situatie kon helpen – na het verlaten van de woning van de aangeefster zich heeft ontdaan van het wapen.
de eendaadse samenloop van
opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden
en
De verdachte heeft belet dat het slachtoffer haar woning kon verlaten. De strafbare feiten hebben een dusdanige indruk op het slachtoffer gemaakt, dat zij nadien niet meer in haar woning heeft willen verblijven. Het slachtoffer is uiteindelijk naar een andere woning verhuisd.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
45 (vijfenveertig) maanden;
11 (elf) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
€ 2.000,00 (zegge: tweeduizend euro)als vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 oktober 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;
€ 2.000,00 (zegge: tweeduizend euro)aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 oktober 2017 tot aan de dag der algehele voldoening, en bepaalt dat gijzeling voor de duur van ten hoogste 30 (dertig) dagen kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid van de schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;