Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2013 te [geboorteplaats] .
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Deze zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de beschikking van de rechtbank Limburg die haar minderjarige dochter onder toezicht stelde van een gecertificeerde instelling voor de duur van twaalf maanden. De ondertoezichtstelling is gericht op het verbeteren van de situatie rondom het contact tussen de minderjarige en haar vader, dat sinds oktober 2021 ontbreekt.
De moeder betwist de ondertoezichtstelling en stelt dat er slechts sprake is van een mogelijke toekomstige ontwikkelingsbedreiging en dat de hulpverlening niet is geïntensiveerd. De raad en de vader benadrukken echter de ernstige zorgwekkende situatie, waaronder het weigeren van de minderjarige om contact met haar vader te hebben en het verscheuren van een kaart van de vader.
Het hof overweegt dat op grond van artikel 1:255 BW Pro voldaan is aan de voorwaarden voor ondertoezichtstelling. Het evaluatieverslag van de hulpverlenende instantie wijst op een te hechte en verweven ouder-kindrelatie tussen moeder en dochter, die de gezonde identiteitsontwikkeling van de minderjarige bedreigt. De noodzakelijke zorg wordt niet voldoende geaccepteerd, en de hulpverlening kan niet worden voortgezet zonder negatieve effecten.
Het hof bekrachtigt daarom de beschikking van de rechtbank en verzoekt om toezending van de uitspraak aan het centraal gezagsregister. Tevens wordt verwacht dat nieuwe hulpverlenende instanties op korte termijn aan de slag gaan.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ondertoezichtstelling van de minderjarige wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging.