Uitspraak
8.Het vervolg van de procedure in hoger beroep
- het tussenarrest van 5 april 2022;
- de rolkaart, waaruit blijkt dat de vorige advocaat van [appellante] zich aan de zaak heeft onttrokken en is opgevolgd door mr. Van Santen;
- de door [appellante] genomen memorie van grieven, tevens houdende akte wijziging van eis, met producties 1 tot en met 9.
9.De verdere beoordeling in hoger beroep
- dat [appellante] voldoende gemotiveerd heeft gesteld dat [Boomkwekerij B.V.] in plaats van [geïntimeerde], handelend onder de naam [handelsnaam], schuldenaar is geworden van [appellante] en dat [appellante] daarmee heeft ingestemd;
- dat [appellante] op basis daarvan [Boomkwekerij B.V.] als partij in dit hoger beroep heeft mogen betrekken.
- [appellante] is een exportbedrijf, gespecialiseerd in bomen en planten en levert uitsluitend aan tuincentra-ketens, kwekers en hoveniers onder meer heesters, rododendron, vaste planten, coniferen, klimplanten, rozen en vruchtgoed.
- [geïntimeerde] is een tuinbouwbedrijf dat gespecialiseerd is in de teelt van onder meer buxus, coniferen, prunus, taxus en levert producten aan groothandels, hoveniers, tuincentra, collega boomkwekers en particulieren.
- Tussen [appellante] en [geïntimeerde] is op 7 mei 2020 een overeenkomst gesloten die inhield dat dat [geïntimeerde] aan [appellante] 186 'taxus baccata' planten zou leveren voor € 18,-- per plant, dus in totaal voor € 3.348,-- (exclusief 9% btw). Het hof zal deze overeenkomst hierna aanduiden als de overeenkomst.
- Toen [appellante] de bestelde planten op de afgesproken datum 13 mei 2020 bij [geïntimeerde] kwam ophalen, meende [appellante] dat de planten die [geïntimeerde] klaar had staan niet de overeengekomen kwaliteit hadden, en heeft [appellante] geweigerd om die planten mee te nemen.
- [appellante] heeft vervolgens bij een derde 186 'taxus baccata' planten gekocht om daarmee aan een leveringsverplichting jegens een van haar klanten te kunnen voldoen.
- een hoofdsom van € 2.461,08, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 21 augustus 2020;
- € 446,69 inclusief btw ter zake buitengerechtelijke kosten.
- Er is niet gebleken dat de planten die [geïntimeerde] voor [appellante] had klaargezet, beneden de “goede gemiddelde kwaliteit” lagen die bedoeld is in artikel 6:28 BW Pro. Dat geen enkele plant een afwijking mocht vertonen, is niet overeengekomen (rov. 5.7).
- Er is niet komen vast te staan dat [geïntimeerde] in de nakoming van de overeenkomst is tekortgeschoten. [appellante] heeft dus ten onrechte de ontbinding van de overeenkomst ingeroepen (rov. 5.8).
- een hoofdsom van € 2.009,50, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dat bedrag vanaf 21 augustus 2020;
- € 301,43 ter zake buitengerechtelijke kosten.
10.De uitspraak
- veroordeelt [geïntimeerde] om aan [appellante] € 2.009,50 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dat bedrag vanaf 21 augustus 2020;
- veroordeelt [geïntimeerde] om aan [appellante] € 301,43 te betalen ter zake buitengerechtelijke kosten;
- veroordeelt [geïntimeerde] in de proceskosten van het geding bij de kantonrechter, en begroot die kosten aan de zijde van [appellante] tot op heden op € 110,67 aan dagvaardingskosten, € 507,-- aan griffierecht en € 374,-- aan salaris gemachtigde;