ECLI:NL:GHSHE:2023:378
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsing tenuitvoerlegging borgtochtovereenkomst in hoger beroep
In deze civiele zaak vordert appellant schorsing van de tenuitvoerlegging van een vonnis waarin hij is veroordeeld tot nakoming van een borgtochtovereenkomst en betaling van € 375.000,- vermeerderd met contractuele rente, beslagkosten en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en appellant stelt dat het vonnis nietig is wegens strijdigheid met de Wet RO en dwingendrechtelijke bepalingen over borgtocht.
Het hof beoordeelt het schorsingsverzoek aan de hand van de maatstaven uit de jurisprudentie, waarbij de uitvoerbaarheid bij voorraad het uitgangspunt is en schorsing slechts kan worden toegekend als het belang van appellant zwaarder weegt dan dat van geïntimeerde. Appellant heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd die een kennelijke misslag aantonen of een zwaarder belang rechtvaardigen.
De belangenafweging leidt tot het oordeel dat het belang van geïntimeerde bij handhaving van de uitvoerbaarheid prevaleert. Het hof wijst daarom het verzoek tot schorsing af en houdt de beslissing over de proceskosten aan tot de einduitspraak in de hoofdzaak. De hoofdzaak is verwezen naar een toekomstige rolzitting voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging af en houdt de proceskosten aan tot de einduitspraak.