Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[appellant 2],
wonende te [woonplaats] ,
[appellante 1],
wonende te [woonplaats] ,
[appellant 3],
[appellante 2],
[appellante 3],
handelend voor zichzelf en in hoedanigheid van erfgename van [erflater 1],
[appellant 4] in hoedanigheid van erfgenaam van [erflater 1] ,
[appellant 5] in hoedanigheid van erfgenaam van [erflater 1],
[appellant 6],
[appellante 4],
[appellante 5] , handelend voor zichzelf en in hoedanigheid van erfgename van [erflater 2],
1.Arcen Spa Invest B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
Rebel Beheer Zeeland B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
Roompot Service B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
8.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 12 oktober 2021;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord;
- de mondelinge behandeling, waarbij partijen spreekaantekeningen hebben overgelegd.
9.De verdere beoordeling
om [appellanten] ertoe te bewegende in geschil zijnde overeenkomsten aan te gaan. Dit blijkt ook niet uit de verklaringen die [appellanten] bij de memorie van grieven hebben overgelegd. Dat [persoon A] bij e-mail van 16 juli 2016 en tijdens een bespreking op 25 april 2017 heeft meegedeeld dat hij niet op de hoogte was van de aanwezigheidseis, is daarvoor evenmin toereikend. Een mededeling waarvan men meent dat zij juist is, levert - ook bij gebleken onjuistheid - geen bedrog op; evenmin het feit dat men vergeet een bepaalde mededeling te doen. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, kan daaruit niet worden geconcludeerd dat [persoon A] bij of voorafgaand aan het aangaan van de overeenkomsten het vereiste oogmerk van misleiding had, en ook niet dat hij willens en wetens de kans heeft aanvaard dat zijn gedrag [appellanten] zou misleiden. Het beroep op bedrog van [appellanten] faalt reeds hierom (zie ook hierna rov. 9.7.6).
De Telegraafin 2012.
aanwezigheids
eisvermeld (te weten, in een periode van 12 maanden minimaal 6 maanden en 1 dag verblijf), maar niet een afwezigheidseis. Dit is te verklaren doordat dit formulier is opgesteld om het bewoners mogelijk te maken zich in te schrijven. Het formulier geeft dus alleen de voorwaarden dáárvoor. Bovendien is dit formulier opgesteld door de gemeente Venlo en dus niet te beschouwen als een mededeling van ASI c.s. in dezen.
recreatiepark. Verder hebben ASI c.s. verwezen naar artikel 5 lid 6 en Pro artikel 23 vervat Pro in de overeenkomsten. Daaruit blijkt dat de kopers er nadrukkelijk op gewezen zijn dat zij de kavel slechts
conform het bestemmingsplankunnen gebruiken als standplaats voor een chalet aan te wenden voor
recreatief gebruik zoals dat door het bevoegd gezag is toegestaan. In het bestemmingsplan staat, zoals hiervoor al is overwogen, de 120-dagen afwezigheidseis. In de koopovereenkomsten zelf is de 120-dagen afwezigheidseis niet opgenomen. Dit is te verklaren door het gegeven dat het bestemmingsplan kan wijzigen, waardoor ook de afwezigheidseis kan wijzigen (de periode van afwezigheid kan langer of korter worden, of de eis kan geheel vervallen).
van doorslaggevende betekeniswaren, maar hebben zij onvoldoende concreet onderbouwd dat dát voor ASI c.s. kenbaar was. Gelet op het concept van Camper Village, met als doelgroep mensen die een groot deel van het jaar op reis zijn, hoefden ASI c.s. er niet zonder meer op bedacht te zijn dat [appellanten] eventueel permanent (365 dagen per jaar) op het park zouden willen verblijven (wanneer reizen vanwege hun leeftijd niet meer mogelijk zou zijn). Dit geldt ook als – zoals [appellanten] stellen en ASI c.s. betwisten, zodat dit niet vast staat – [persoon A] voorafgaand aan de koop door [appellanten] expliciet is bevraagd over een afwezigheidseis en de publiekrechtelijke voorwaarden. Dat impliceert immers niet dat voldoende kenbaar was voor ASI c.s. dat [appellanten] niet tot verkrijging zouden zijn overgegaan wanneer zij van de afwezigheidseis op de hoogte waren geweest, zoals zij stellen. De als productie 1 bij de memorie van grieven overlegde verklaringen onderbouwen de – door ASI c.s. eveneens betwiste – stelling van [appellanten] dat het voor hen van doorslaggevende betekenis was dat zij, naar zij meenden, permanent mochten wonen op het park, maar dat brengt op zichzelf niet mee dat aan het kenbaarheidsvereiste voor een geslaagd beroep op dwaling is voldaan. Ook indien het voor [appellanten] van doorslaggevende betekenis was dat zij permanent mochten wonen op het park impliceert dat immers niet dat dit kenbaar was voor ASI c.s. Bovendien dienen deze verklaringen van [appellanten] met de nodige behoedzaamheid worden gewaardeerd, nu zij als partij belang hebben bij de uitkomst van deze procedure.
nietgeldt. Wel heeft [persoon A] de term ‘permanente bewoning’ gebruikt. Uit de overgelegde stukken (zie bijvoorbeeld de e-mail van [persoon A] van 9 juni 2015 aan [appellant 1]) blijkt dat die term is gebruikt in het kader van de inschrijving van [appellanten] in de Gemeentelijke Basisadministratie van de Gemeente Venlo, waarmee samenhangt dat zij op het park hun wettelijke hoofdverblijf zullen hebben. Nu in het bestemmingsplan is vastgelegd dat op het recreatiepark een 120-dagen afwezigheidseis geldt, hadden [appellanten] zelf van die eis op de hoogte kunnen zijn. Het hof verwijst verder naar hetgeen hiervoor in rov. 9.7.4 is overwogen.
bewusthebben gezwegen en hebben
gelogen, kan dan ook niet worden aangenomen (zie ook hiervoor rov. 9.6.3).