Partijen zijn voormalig gehuwd en hebben twee minderjarige kinderen met hoofdverblijf bij de vrouw. De rechtbank had de man verplicht kinderalimentatie te betalen van €119 per maand vanaf april 2021. De man verzocht de alimentatie te verlagen naar nihil per mei 2022 wegens inkomensdaling en arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank wees dit verzoek af, waarna beide partijen in hoger beroep gingen. Het hof oordeelde dat er sprake was van een wijziging van omstandigheden door de overgang van de man naar een WIA-uitkering, maar dat deze wijziging niet relevant genoeg was voor aanpassing van de alimentatie vanaf 10 juli 2023. Voor de periode 1 mei 2022 tot 10 juli 2023 ontbrak het aan voldoende bewijs van arbeidsongeschiktheid en draagkrachtvermindering.
Het hof concludeerde dat de man onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij niet in staat was de alimentatie te voldoen, mede door het ontbreken van essentiële financiële documenten en tegenbewijs van de vrouw. Daarom werd het verzoek afgewezen en de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.