Uitspraak
‘medeplegen van bankbiljetten waarvan de valsheid hen, toen zij deze ontvingen, bekend was, met het oogmerk om ze als echt en onvervalst uit te geven of te doen uitgeven, in voorraad hebben’, en haar daarvoor zal veroordelen tot een voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis, met een proeftijd van 2 jaren.
(HR 3 november 1987, NJ1988/755).Uit het dossier wordt volgens de raadsman echter niet duidelijk wanneer de biljetten zijn ontvangen, maar wel dat dit waarschijnlijk ver voor december 2017 is. De verdachte komt voor wat betreft deze verdenking pas in december 2017 in beeld, waardoor niet kan worden vastgesteld dat de verdachte eerder dan 14 december 2017 bekend was met de valsheid.
(het hof begrijpt: valse bankbiljetten)aan [Voornaam medeverdachte 2]
(het hof begrijpt: [medeverdachte 2] ). Tijdens dit gesprek heeft medeverdachte [medeverdachte 1] het over een totaalbedrag van € 3.200,00, waarop de verdachte tegen [medeverdachte 1] zegt dat [medeverdachte 2] al € 100,00 betaald heeft. [medeverdachte 1] zegt vervolgens tegen de verdachte dat hij tegen [voornaam medeverdachte 3]
(het hof begrijpt: de [medeverdachte 3] )heeft gezegd dat het akkoord is als ze hem
(het hof begrijpt: [medeverdachte 2] )15 postzegels geeft. [medeverdachte 1] zegt daarnaast tegen de verdachte dat de “postzegels” normaal een rug kosten en dat hij er dan € 7.500,00 mee wit kan maken. Vervolgens wordt de verdachte op voornoemde datum omstreeks 19:11 uur gebeld door [medeverdachte 2] . [medeverdachte 2] vraagt aan de verdachte of zij naar Roosendaal kan komen en of het 15 “hele” zijn. Dit laatste wordt door de verdachte bevestigd.
Ad 1heeft vastgesteld dat er sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en haar medeverdachten, waarbij haar intellectuele en materiële bijdrage van voldoende gewicht was, en de delictsbestanddelen derhalve over de mededaders verdeeld kunnen zijn, is het hof van oordeel dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het opzettelijk in voorraad hebben van biljetten waarvan ze wisten dat het valse biljetten waren en het oogmerk hadden om ze als echt en onvervalst uit te geven of te doen uitgeven.
taakstrafvoor de duur van
40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
20 (twintig) dagen hechtenis.
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.