In deze zaak heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 26 oktober 2023 de beschikking van de rechtbank Limburg bekrachtigd waarin de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige is toegestaan. De moeder was in hoger beroep gekomen tegen deze verlenging, stellende dat de uithuisplaatsing schadelijk is voor de ontwikkeling van het kind en dat een thuisplaatsing in het belang van het kind zou zijn.
De moeder voerde aan dat zij reflecterend en leerbaar is, hulpverlening heeft ingeschakeld en dat de uithuisplaatsing juist stress en stagnatie in de ontwikkeling van het kind veroorzaakt. De gecertificeerde instelling (GI) stelde daartegenover dat de moeder onvoldoende in staat is om de zorg en opvoeding te bieden die het kind nodig heeft, mede door de ernstige kindeigen problematiek en het gedrag van het kind. De GI gaf aan dat een thuisplaatsing op dit moment niet verantwoord is.
Het hof overwoog dat aan de wettelijke vereisten voor verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing is voldaan. Er is sprake van ernstige problematiek die professionele zorg vereist, en de moeder is onvoldoende in staat gebleken een stabiele opvoedsituatie te bieden. De rapportages van de GI en ambulante hulpverlening worden als objectief en betrouwbaar beschouwd. Gezien de omstandigheden is de verlenging van de uithuisplaatsing noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige.
Het hof bekrachtigde daarom de bestreden beschikking van de rechtbank, waarmee de machtiging tot uithuisplaatsing tot 8 december 2023 is verlengd.