Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
1.A.
hij op of omstreeks 10 december 2014 te Ohé en Laak, in elk geval in de gemeente Maasgouw, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht in:
dat [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 10 december 2014 te Ohé en Laak, in elk geval in de gemeente Maasgouw, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft/hebben gesticht in:
2.A.
hij op of omstreeks 10 december 2014 te Ohé en Laak, in elk geval in de gemeente Maasgouw, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk:
dat [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 10 december 2014 te Ohé en Laak, in elk geval in de gemeente Maasgouw, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk:
kanzijn geweest of in de directe nabijheid daarvan. De verdachte heeft daarover ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij niet meer exact weet waar hij de betreffende avond is geweest, maar gezien de beweging in rechte lijn tussen de plaatsen Wessem, Thorn, Kessenich en Maaseik lijkt het de verdachte zeer wel mogelijk dat hij toen kennissen en vrienden heeft bezocht die in die respectievelijke plaatsen woonachtig zijn.
kan zijngeweest, is daartoe onvoldoende. Daarbij komt dat in hoger beroep door de raadsman van de verdachte correspondentie tussen de verdachte en zijn advocaat in een civiele procedure is overgelegd waaruit volgt dat de verdachte op 10 december 2014 te 21.20 uur – derhalve kort na de brandstichting – een reactie per e-mail heeft gegeven op een antwoordakte in een bevoegdheidsincident, zodat enige twijfel over de vraag of de verdachte daadwerkelijk ten tijde van de brandstichting op de plaats delict is geweest gerechtvaardigd is.
De verdachte heeft een en ander ten overstaan van het hof nader verduidelijkt. Daaruit komt het beeld naar voren dat de verdachte als gevolg van de branden financieel nadeel heeft geleden, mede omdat de verzekeringsmaatschappij niet de gehele schade heeft vergoed.