ECLI:NL:GHSHE:2023:3255
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging ondertoezichtstelling en intrekking beroep machtiging uithuisplaatsing minderjarige
In deze civielrechtelijke zaak in hoger beroep staat de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige centraal. De moeder is belast met het eenhoofdig gezag en betwist de noodzaak van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. De rechtbank Limburg had eerder de ondertoezichtstelling uitgesproken en de machtiging tot uithuisplaatsing verleend.
De moeder voert aan dat zij alle noodzakelijke hulpverlening accepteert en dat de ondertoezichtstelling de hulpverlening juist vertraagt. De Raad voor de Kinderbescherming en de Gecertificeerde Instelling (GI) stellen dat de ondertoezichtstelling noodzakelijk is om de hulpverlening te waarborgen en dat er sprake is van emotionele onveiligheid voor de minderjarige. Het hof overweegt dat de wettelijke vereisten voor ondertoezichtstelling zijn vervuld, gezien de ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de minderjarige en de noodzaak van gedwongen hulpverlening.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de moeder haar beroep tegen de machtiging tot uithuisplaatsing ingetrokken, waarmee het hof haar niet-ontvankelijk verklaart in dat beroep. Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Limburg inzake de ondertoezichtstelling en wijst het beroep van de moeder af. De hulpverlening en het contact tussen moeder en kind dienen nauwlettend te worden gevolgd en voortvarend te worden opgepakt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ondertoezichtstelling en verklaart het beroep tegen de machtiging tot uithuisplaatsing niet-ontvankelijk na intrekking.