ECLI:NL:GHSHE:2023:2823

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
5 september 2023
Publicatiedatum
5 september 2023
Zaaknummer
200.325.621_01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 225 RvArt. 227 lid 1 sub b RvArt. 227 lid 3 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schorsing van civiele procedure wegens overlijden van partij en vaststelling schorsingsdatum

In deze civiele procedure in hoger beroep verzocht de advocaat van de appellant om schorsing van de procedure wegens het overlijden van zijn cliënt op 26 april 2023. De advocaat gaf aan dat de erfgenamen nog moesten beslissen of zij de procedure wilden voortzetten.

De geïntimeerden stemden in met de schorsing, maar gaven aan dat zij zich niet konden verenigen met een mogelijke hervatting door de zoon van de appellant. Na een termijn van vier weken werd door de advocaat van de appellant gemeld dat de erfgenamen de nalatenschap beneficiair hadden aanvaard en verzocht om voortzetting van de schorsing.

Het hof oordeelde dat de schorsing vanaf 4 juli 2023 rechtsgeldig was ingegaan, omdat aan de vereisten van artikel 225 Rv Pro was voldaan. Het hof wees de vordering tot schorsing toe, stelde vast dat het geding vanaf die datum is geschorst en bepaalde dat de zaak ambtshalve wordt doorgehaald. De beslissing over de proceskosten wordt aangehouden tot de einduitspraak in de hoofdzaak.

De procedure kan later worden hervat volgens de regels van artikel 227 Rv Pro, hetzij bij exploot, hetzij bij akte ter rolle, waarbij partijen opnieuw een advocaat dienen te stellen.

Uitkomst: De procedure is vanaf 4 juli 2023 geschorst wegens overlijden van de appellant en de zaak is ambtshalve doorgehaald.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht
zaaknummer 200.325.621/01
arrest van 5 september 2023
gewezen in het incident ex artikel 225 Rv Pro in de zaak van
[appellant], handelende onder de naam [---], thans overleden,
laatstelijk wonende te [woonplaats],
appellant in de hoofdzaak,
eiser in het incident,
advocaat: mr. Y.J.M.L. Dijk te Herten, gemeente Roermond,
tegen

1.[geïntimeerde 1],wonende te [woonplaats],

2.
[geïntimeerde 2],wonende te [woonplaats],
geïntimeerden in de hoofdzaak,
verweerders in het incident,
advocaat: mr. L. Isenborghs te Heerlen,
op het bij exploot van dagvaarding van 6 april 2023 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 11 januari 2023, door de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, gewezen tussen appellant – [appellant] – als gedaagde in conventie, eiser in reconventie en geïntimeerden – [geïntimeerden] – als eisers in conventie, verweerders in reconventie.

1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/268321 / HA ZA 19-452)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis alsmede naar de tussenvonnissen van 15 januari 2020 (incident vrijwaring), 17 november 2021 en 26 januari 2022.

2.Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding in hoger beroep;
  • de akte ex artikel 225 Rv Pro van [appellant] van 16 mei 2023;
  • de antwoordakte van [geïntimeerden] van 13 juni 2023;
  • de akte uitlaten van [appellant] van 4 juli 2023;
  • de antwoordakte van [geïntimeerden] van 18 juli 2023.
Het hof heeft daarna een datum voor arrest in het incident bepaald.

3.De beoordeling

In het incident
3.1.
Bij genoemde akte tot schorsing ex artikel 225 Rv Pro heeft mr. Dijk verzocht om schorsing van de procedure omdat op 26 april 2023 [appellant] is overleden. Mr. Dijk heeft hierbij aangegeven dat [appellant] een zoon heeft, maar dat nog niet duidelijk is of de zoon deze procedure wenst voort te zetten en dat hij binnen vier weken (dus vóór 13 juni 2023) het hof wil informeren over de eventuele voortzetting.
3.2.
[geïntimeerden] geven in de antwoordakte van 13 juni 2023 onder meer aan dat de periode van vier weken nog niet voorbij is en dat zij het voorbarig vinden om al op het schorsingsverzoek te reageren. Vervolgens geven zij aan dat zij zich wel kunnen verenigen met de schorsing van de procedure, maar dat zij zich alsnog niet kunnen verenigen met een mogelijke hervatting van de procedure aan de zijde van de zoon van [appellant].
3.3.
De rolraadsheer heeft [appellant] in de gelegenheid gesteld om zich na de periode van vier weken nader uit te laten over het schorsingsverzoek.
3.4.
Bij akte van 4 juli 2023 deelt mr. Dijk mee dat de erfgenamen van [appellant] zijn: zijn echtgenote [persoon A] en zijn zoon [persoon B] en dat zij de nalatenschap beneficiair hebben aanvaard. Mr. Dijk verzoekt de schorsing nog even te laten voortduren.
3.5.
In de antwoordakte van 18 juli 2023 geven [geïntimeerden] aan dat zij zich niet kunnen verenigen met een voorzetting van de schorsing en zij verzoeken op grond van artikel 227 lid 1 sub b Rv Pro om het geding in de stand waarin het zich bij de schorsing bevond te hervatten. [geïntimeerden] hebben hierbij aangegeven dat zij voornemens zijn, tenzij mr. Dijk instemt met hervatting, de erfgenamen in de procedure op te roepen middels exploot.
3.6.
Bij de beoordeling stelt het hof het volgende voorop. Partijen lijken er in hun tweede akten vanuit te gaan dat de procedure al is geschorst op grond van artikel 225 Rv Pro. Echter, de rolraadsheer heeft dit nog niet vastgesteld. Bevoegd tot schorsing ex artikel 225 Rv Pro is uitsluitend (de opvolger van) de partij aan wier zijde de schorsingsoorzaak zich voordoet. Dit betekent dat voor een geldige schorsing in geval van overlijden van een procespartij vereist is dat de aanzegging tot schorsing de personalia vermeldt van de belanghebbenden die tot schorsing overgaan (in dit geval de erfgenamen van [appellant]), de schorsingsgrond, het rechtsfeit dat hen tot belanghebbenden maakt (erfgenaamschap) en de aanzegging dat men schorst. Het hof constateert dat deze gegevens in de akte van [appellant] van 4 juli 2023 zijn opgenomen en begrijpt dat mr. Dijk nog steeds schorsing van de procedure wenst. Dat betekent dat de schorsing bij akte van 4 juli 2023 geldig is gedaan en dat het geding is geschorst wegens het overlijden van [appellant].
In het incident en in de hoofdzaak
3.7.
De incidentele vordering zal worden toegewezen, in die zin dat het hof in de hoofdzaak zal vaststellen dat het geding vanaf 4 juli 2023 is geschorst. De beslissing over de proceskosten zal worden aangehouden tot de einduitspraak in de hoofdzaak.
3.8.
Omdat de procedure is geschorst, zal het hof de zaak na het uitspreken van dit arrest ambtshalve doorhalen. Het geding kan desgewenst op de in artikel 227 Rv Pro voorgeschreven wijze bij exploot of, indien de wederpartij daarmee instemt, bij akte ter rolle worden hervat in de stand waarin deze zich nu bevindt. Partijen stellen dan opnieuw advocaat (artikel 227 lid 3 Rv Pro). Ook [geïntimeerden] kunnen de procedure op de voet van artikel 227 Rv Pro hervatten.

4.De beslissing

Het hof:
in het incident:
wijst de vordering tot schorsing toe;
houdt de beslissing over de proceskosten aan tot de einduitspraak in de hoofdzaak;
in de hoofdzaak
stelt vast dat het geding is geschorst vanaf 4 juli 2023;
bepaalt dat de zaak vandaag ambtshalve zal worden doorgehaald.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, E.H. Schulten en J.M.H. Schoenmakers en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 5 september 2023.
griffier rolraadsheer