De verdachte werd door de rechtbank veroordeeld tot 42 maanden gevangenisstraf voor medeplichtigheid aan het opzettelijk vervoeren van 100 kilogram cocaïne, met verbeurdverklaring van de gebruikte auto. In hoger beroep bevestigt het hof het vonnis, maar vermindert de straf tot 36 maanden.
Het hof acht het primair tenlastegelegde medeplegen niet bewezen, maar wel het subsidiair tenlastegelegde van opzettelijk behulpzaam zijn bij het vervoer van de drugs. Dit volgt uit onder meer ANPR-gegevens, locatiegegevens van telefoons, camerabeelden en vingerafdrukken op de drugsverpakkingen. De verklaring van de verdachte wordt door het hof als ongeloofwaardig verworpen.
De strafvermindering houdt rekening met persoonlijke omstandigheden en eerdere veroordelingen van de verdachte. De verbeurdverklaring van de auto wordt bevestigd. Het hof legt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op van 36 maanden, met aftrek van voorarrest, zonder bijzondere voorwaarden.
De uitspraak benadrukt de ernst van het feit en de maatschappelijke impact van drugshandel. Het hof acht de verdachte bewust betrokken bij het transport en bevestigt daarmee de strafrechtelijke verantwoordelijkheid.