ECLI:NL:GHSHE:2023:2680

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
22 augustus 2023
Publicatiedatum
22 augustus 2023
Zaaknummer
200.325.069_01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens niet-indienen memorie van grieven

In deze civiele zaak hebben appellanten hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de kantonrechter van de rechtbank Limburg. Appellanten werden opgeroepen om te verschijnen bij het gerechtshof en een memorie van grieven in te dienen ter onderbouwing van hun beroep. Geïntimeerde is niet verschenen, waarna verstek tegen haar is verleend.

Appellanten kregen een termijn van zes weken om de memorie van grieven in te dienen, met een ambtshalve uitstel van vier weken. Op de rol van 13 juni 2023 stelde de rolraadsheer vast dat appellanten het recht om de memorie van grieven in te dienen hadden verloren omdat zij deze proceshandeling niet binnen de gestelde termijn hadden verricht en geen verlenging hadden verkregen.

Omdat appellanten geen grieven tegen het vonnis van eerste aanleg hebben aangevoerd, verklaart het hof hen niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Het arrest is op 22 augustus 2023 uitgesproken door het gerechtshof 's-Hertogenbosch.

Uitkomst: Appellanten worden niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het niet indienen van de memorie van grieven binnen de gestelde termijn.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht
zaaknummer 200.325.069/01
arrest van 22 augustus 2023
in de zaak van
[de B.V.] , in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen toebehorend aan [persoon],
gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] ,
[appellant 2],
wonende te Venlo,
appellanten,
advocaat: mr. G.J.E. Schoofs te Heerlen,
tegen
Stichting Woonwenz,
gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerde,
niet verschenen,
op het bij exploot van dagvaarding van 22 februari 2023 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 25 januari 2023, door de kantonrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, gewezen tussen appellanten als eisers in conventie, verweerders in reconventie en geïntimeerde als gedaagde in conventie, eiseres in reconventie.

1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 9903907 \ CV EXPL 22-2524)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2.Het geding in hoger beroep

2.1.
Appellanten hebben bij voormeld exploot geïntimeerde opgeroepen om te verschijnen ter openbare terechtzitting van dit hof van 4 april 2023, waarbij in een nog in te dienen memorie van grieven nadere gronden zullen worden aangevoerd ter onderbouwing van de eis en conclusie zoals in de appeldagvaarding vermeld. Geïntimeerde is niet verschenen en tegen haar is op de rol van 4 april 2023 verstek verleend.
2.2.
Aan appellanten is een termijn van zes weken verleend voor het nemen van de memorie van grieven op de rol van 16 mei 2023. Vervolgens is aan appellanten een ambtshalve uitstel van vier weken verleend op de rol van 13 juni 2023, ambtshalve peremptoir.
2.3.
Op de rol van 13 juni 2023 heeft de rolraadsheer vastgesteld dat het recht van appellanten om de memorie van grieven te nemen is vervallen, omdat die proceshandeling niet binnen de daarvoor gestelde termijn is verricht en daarvoor geen nader uitstel is verkregen.
2.4.
Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.

3.De beoordeling

Appellanten hebben tegen het vonnis waarvan beroep geen grieven aangevoerd. Dit brengt mee dat appellanten niet-ontvankelijk zullen worden verklaard in het hoger beroep.

4.De uitspraak

Het hof:
verklaart appellanten niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, E.H. Schulten en J.M.H. Schoenmakers en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 22 augustus 2023.
griffier rolraadsheer