Uitspraak
- [minderjarige 1] (hierna te noemen: [minderjarige 1] ), geboren op [geboortedatum ] 2016 te [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 2] (hierna te noemen: [minderjarige 2] ), geboren op [geboortedatum ] 2018 te [geboorteplaats] .
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak staat de beëindiging van het ouderlijk gezag van de moeder over twee minderjarige kinderen centraal. De rechtbank had het gezag reeds beëindigd en de moeder ging hiertegen in hoger beroep. De moeder betoogde onder meer dat de rechtbank onjuiste uitgangspunten had gehanteerd en dat zij voldoende zorg kon bieden binnen een aanvaardbare termijn. Tevens deed zij een beroep op de discretionaire bevoegdheid van het hof om het gezag in stand te laten.
Het hof heeft de feiten en omstandigheden opnieuw gewogen en concludeert dat de kinderen ernstige kindeigen problematiek hebben, waaronder ontwikkelingsachterstanden, hechtingsproblemen en eetstoornissen. De kinderen verblijven in gespecialiseerde gezinshuizen vanwege hun complexe zorgbehoefte. De moeder beschikt niet over de benodigde pedagogische vaardigheden en is onvoldoende in staat om de vele noodzakelijke gezagsbeslissingen te nemen.
Daarnaast is de moeder moeilijk bereikbaar, wat de samenwerking met de gecertificeerde instelling bemoeilijkt en vertraging veroorzaakt bij het nemen van beslissingen. Het belang van de kinderen bij rust, stabiliteit en duidelijkheid over hun toekomstperspectief weegt zwaarder dan het belang van de moeder bij voortzetting van het gezag.
Het hof oordeelt dat de aanvaardbare termijn voor de kinderen is verstreken en dat de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing niet langer toereikend zijn om de ontwikkelingsbedreiging weg te nemen. De bestreden beschikking wordt daarom bekrachtigd en het gezag van de moeder wordt definitief beëindigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het ouderlijk gezag van de moeder over de twee minderjarige kinderen wegens ernstige kindeigen problematiek.