Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de rechthebbende, bijgestaan door zijn advocaat;
- de bewindvoerder, vertegenwoordigd door de heer [betrokkene] .
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De kantonrechter stelde op 18 augustus 2022 een bewind in over de goederen van de rechthebbende vanwege diens lichamelijke of geestelijke toestand, waardoor hij zijn vermogensrechtelijke belangen niet goed kon behartigen.
De rechthebbende verzocht op 7 november 2022 om opheffing van het bewind, stellende dat hij geen gokverslaving meer heeft en voldoende leefgeld ontvangt. De kantonrechter wees dit verzoek af, waarna de rechthebbende in hoger beroep ging.
Tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep stelde de bewindvoerder dat de gokverslaving voortduurt en dat de schuldenlast is opgelopen tot circa €15.000. De rechthebbende leeft momenteel op straat en weigert hulp van de daklozenopvang, die wel noodzakelijk wordt geacht.
Het hof oordeelde dat de grondslag voor het bewind onverminderd aanwezig is gezien de verslavingsgevoeligheid, de schuldenlast en de onmogelijkheid van de rechthebbende om zijn financiële belangen zelfstandig te behartigen. Daarom werd het verzoek tot opheffing van het bewind afgewezen en de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot opheffing van het bewind vanwege aanhoudende gokverslaving en schuldenlast.