Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de vader, bijgestaan door mr. Bouwman;
- mr. Mikkers namens de moeder;
- de raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] .
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak gaat het om het verzoek van de vader om contactherstel met zijn minderjarige kinderen, na een eerdere veroordeling voor ontuchtige handelingen en bezit van kinderporno. De rechtbank had het verzoek afgewezen vanwege het belang van de kinderen en een contactverbod.
De vader stelt dat contactherstel essentieel is voor de identiteitsontwikkeling van de kinderen en dat hij therapieën succesvol heeft afgerond. De moeder betoogt dat contact op dit moment schadelijk is voor de kinderen, vooral gezien de PTSS-klachten van de oudste dochter en de lopende hulpverlening.
De Raad voor de Kinderbescherming adviseert het hof om de zaak negen maanden aan te houden om de voortgang van de hulpverlening bij de moeder en de oudste dochter te monitoren. Het hof volgt dit advies en wijst op het belang van het welzijn van de kinderen en de draagkracht van de moeder.
Het hof bepaalt dat de zaak pro forma wordt aangehouden tot 15 april 2024, waarna een nadere beslissing kan volgen op basis van rapportage van de raad en eventuele aanvullende onderzoeken. Partijen worden verzocht hun beschikbaarheid voor een mondelinge behandeling in mei tot juli 2024 door te geven.
Uitkomst: Beslissing over contactherstel wordt aangehouden tot april 2024 met monitoring van hulpverlening.