Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant] ,wonende te [woonplaats] ,
Result Management Group Lions B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
1.Karisma Belastingadviseurs B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
Eugenia Advies B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
Xena Belastingadviseurs B.V.,
H5 Consultancy B.V.,
Frejer Advies B.V.,
Rupal Advies B.V.,
Gruas Advies B.V.,
[geïntimeerde 8] ,
[geïntimeerde 9] ,
[geïntimeerde 10] ,
Eewee-M B.V.,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/283369 / HA ZA 20-505)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met productie;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep met productie;
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep;
- de nadere akte van [---] ;
- de antwoordakte van [appellanten]
3.De beoordeling
opdrachtbevestiging samenstellen jaarrekening” van [---] staat onder meer vermeld:
Opdracht
Beste [appellant] ,
De verloning van de werkneemster zal per 1 januari 2016 door ons worden voortgezet
Hoi [appellant] ,
Beste….,
1. Verkoper heeft per 1 januari 2016 verkocht en koper heeft per gekocht de hierna onder
Indien ter zake van de levering van het verkochte nadere formaliteiten zijn vereist, verbinden partijen zich aan de vervulling daarvan hun volledige medewerking te verlenen. Daartoe verleent de verkoper bij deze aan de koper onherroepelijk volmacht om mede namens de verkoper al het nodige of gewenste te verrichten, ook bij een mogelijk tegenstrijdig belang.”
€ 4.763,22 respectievelijk € 3.800,97 voor door [---] verrichte werkzaamheden. [---] sommeert bij brief van 12 april 2017 Group B.V. tot betaling van deze facturen en tevens maakt zij aanspraak op wettelijke handelsrente over haar facturen en op buitengerechtelijke incassokosten.
€ 3.800,97 vermeerderd met, kort gezegd, de wettelijke rente en om aan [---] te betalen een bedrag van € 505,10 aan buitengerechtelijke incassokosten vermeerderd met, kort gezegd, de wettelijke rente. Group B.V. is in reconventie veroordeeld aan [---] te betalen een bedrag van € 1.494,47, vermeerderd met, kort gezegd, de wettelijke rente en aan [---] te betalen een bedrag van € 224,17 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met, kort gezegd, de wettelijke rente.
Ingeval franchisenemer er niet in slaagt om de in artikel 11.3 genoemde minimale jaaromzetten te realiseren, is franchisenemer aan franchisegever desondanks verplicht te voldoen aan de in dit artikel genoemde percentuele bijdragen van de minimale jaaromzetten.(…)”
dient bij communicatie die uit hoofde van RLAC Consulting B.V. plaats vindt, achter de naam van de vennootschap “i.l.”of “in liquidatie” vermeld te worden.” noch de e-mail van 30 december 2015 (zie hiervoor onder 3.1.10) van [---] aan [appellant] , voldoende is om te oordelen dat aan [appellant] kenbaar is gemaakt dat de franchiseovereenkomsten eerst zijn overgedragen aan [appellant] (de eenmanszaak van [appellant] ) indien de franchisenemers daarmee hebben ingestemd.
3800 Pensioenadvies DGA” staat “
bevestiging inzake liquidatie + te ondernemen stappen bespreken”. [appellanten] heeft verder niet voldoende onderbouwd dat factuur 9605959 zag op (proactief) adviseren los van de liquidatie van Consulting B.V. In de factuurspecificatie staat bij code “
3800 Pensioenadvies DGA” “
tel contact met [appellant] inzake uitschrijving KVK”. Zonder nadere onderbouwing, die [appellanten] niet heeft gegeven, valt niet in te zien dat sprake was van proactieve advisering van [---] , los van de liquidatie van Consulting B.V. Dat de pensioenvoorziening werd geadministreerd bij Group B.V. doet daar op zichzelf niet aan af. Dat [---] de behoefte aan pensioenadvies bij [appellanten] zelf dient vast te stellen is niet onderbouwd. Dit had wel op de weg van [appellanten] gelegen, te meer nu is gesteld noch gebleken dat [appellanten] heeft gereageerd op de e-mail van [---] van 15 juni 2015 waarin [---] heeft aangegeven deze te willen toelichten (zie hiervoor onder 3.1.4.1). Zonder nader toelichting, die [appellanten] niet heeft gegeven, volgt uit productie 33 van [appellanten] niet dat [---] de behoefte aan pensioenadvies bij [appellanten] zelf dient vast te stellen, nog daargelaten dat [---] betoogt dat productie 33 een afbeelding betreft van de website van [---] uit 2020, dus van jaren na de werkzaamheden voor [appellanten] Gezien de onvoldoende onderbouwing van zijn standpunt dat [---] in 2011 en 2015 proactief heeft gehandeld en zelf de behoefte aan pensioenadvies bij [appellanten] dient vast te stellen, is bewijslevering niet aan de orde. Grief 3 in principaal hoger beroep faalt. Met het falen van grief 3 behoeft het betoog van [appellanten] met grief 1, dat de rechtbank, waar deze oordeelt dat uit het gebruik van een administratieve code geen opdracht tot het beheren van een pensioenvoorziening kan worden gedestilleerd, niet heeft toegelicht wat met de term beheren van de pensioenvoorziening is bedoeld, geen afzonderlijke beoordeling. Grief 1 in principaal hoger beroep kan op dat punt niet leiden tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep.