In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft het hof het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel uit de handel in hennepstekken opnieuw vastgesteld. De rechtbank had het voordeel vastgesteld op €19.810,61, terwijl het Openbaar Ministerie een bedrag van €71.173,00 vorderde. Het hof heeft het voordeel berekend op €29.120,00, gebaseerd op verkoopinformatie uit een agenda en sms-berichten over de periode 8 december 2016 tot en met 17 januari 2017.
De betrokkene werd veroordeeld voor medeplegen van handelen in strijd met de Opiumwet betreffende de handel in hennepstekken. Het hof heeft de verkoopprijzen vastgesteld op €4,00 per Amnesia-steek en €2,75 per Bubbles-steek, waarbij het totaal aantal verkochte stekken 21.041 bedroeg. Van de bruto opbrengst van €79.281,50 werden kosten van €50.161,25 in mindering gebracht, waaronder aanschafkosten en geschatte loonkosten.
Het hof wees het verweer van niet-ontvankelijkheid af en ging niet mee in de stelling dat slechts een vierde deel van het voordeel aan de betrokkene toerekenbaar zou zijn. De betalingsverplichting wordt niet hoofdelijk opgelegd, omdat geen aanwijzingen bestaan dat medeplegers ook over de gehele opbrengst beschikten. De duur van de gijzeling is vastgesteld op maximaal 582 dagen, conform wettelijke bepalingen.
Het arrest vernietigt het vonnis van de rechtbank en legt de betalingsverplichting van €29.120,00 op aan de betrokkene. De overige vorderingen worden afgewezen. De beslissing is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.