3.1.Onder het kopje ‘
3. De relevante feiten’ heeft de rechtbank in het vonnis waarvan beroep vastgesteld van welke feiten in dit geschil wordt uitgegaan. De door de rechtbank vastgestelde feiten, die niet zijn betwist, vormen ook in hoger beroep het uitgangspunt. Het hof zal deze feiten hierna weergeven.
[appellant] en STAK Bellivo
3.1.1.De Belgische familie [[familienaam]] drijft een concern in de vleesindustrie: de Bellivo-groep. Aan het hoofd van dit concern staat STAK Bellivo, in 1993 opgericht door [persoon A] en [persoon B] , gezamenlijk met hun twee zonen [persoon C] en [appellant] . Sinds het overlijden van vader [persoon A] in 2016, vormt [persoon B] samen met haar zonen [appellant] en [persoon C] het bestuur van STAK Bellivo. Zij oefenen via deze stichting hun zeggenschap over het concern uit en zijn houders van door STAK Bellivo uitgegeven certificaten van aandelen in onder meer de in Luxemburg gevestigde holdingvennootschap SA Bellivo. [persoon B] heeft het vruchtgebruik van 50% van deze certificaten. De blote eigendom daarvan berust bij [appellant] en [persoon C] . [appellant] en [persoon C] hebben verder nog ieder het vruchtgebruik van 25% van de certificaten.
De familiale overeenkomst van 29 augustus 2018
3.1.2.Na het overlijden van vader [persoon A] is de samenwerking tussen de broers [appellant] en [persoon C] onder druk komen staan en bleek samenwerking niet meer goed mogelijk. Zij hebben een externe partij als bemiddelaar aangesteld om de onderhandelingen, gericht op het ontvlechten van de zakelijke belangen, te begeleiden. Deze onderhandelingen hebben er uiteindelijk toe geleid dat de broers en hun moeder op 29 augustus 2018 een ‘familiale overeenkomst’ hebben gesloten. Hierin hebben partijen afgesproken dat [persoon C] en [persoon B] afstand zullen doen van hun belangen in de verschillende vennootschappen van het familiebedrijf in ruil voor nader in de overeenkomst omschreven financiële tegenprestaties. Doel van die overeenkomst was om [appellant] in staat te stellen het bedrijf alleen voort te zetten, zonder verdere bemoeienis van zijn moeder of broer. Over de rechtsgeldigheid en uitwerking van die familiale overeenkomst zijn tussen enerzijds [appellant] en anderzijds zijn moeder [persoon B] en broer [persoon C] geschillen ontstaan. Tot uitvoering van de overeenkomst is het niet gekomen. De burgerlijke rechter van de rechtbank te Antwerpen heeft in een vonnis van 28 oktober 2020 voor recht verklaard dat de gehele familiale overeenkomst is komen te vervallen door het niet-vervuld zijn van de twee opschortende voorwaarden die daarin waren opgenomen. [appellant] heeft hiertegen hoger beroep ingesteld.
Toevoeging hof: het Hof van beroep Antwerpen heeft het hoger beroep van [appellant] bij arrest van 21 februari 2022 ongegrond verklaard en voor recht gezegd dat de familiale overeenkomst van 29 augustus 2018 nietig is.
De bestuursbesluiten van 24 mei 2019
3.1.3.Op de bestuursvergadering van STAK Bellivo van 24 mei 2019 zijn onder voorzitterschap van [persoon B] een aantal besluiten genomen, telkens met twee stemmen vóór ( [persoon B] en [persoon C] ) en één stem tegen ( [appellant] ). Die besluiten hadden onder meer betrekking op het aanstellen van een raadsman voor STAK Bellivo, en op een te houden algemene aandeelhoudersvergadering van SA Bellivo waar STAK Bellivo dan zou stemmen vóór het ontslag van twee van de huidige (externe) bestuurders van SA Bellivo en de benoeming in hun plaats van [persoon B] en vier van haar kleinkinderen tot bestuurders van SA Bellivo.
3.1.4.Op vordering van [appellant] heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant bij vonnis in kort geding van 6 augustus 2019 (347446 / KG ZA 19-342) het STAK Bellivo verboden de besluiten van 24 mei 2019 uit te voeren zolang de bodemrechter in eerste aanleg over de rechtsgeldigheid van die besluiten nog niet heeft geoordeeld.
3.1.5.[appellant] heeft vervolgens in de bodemzaak 351947 / HA ZA 19-709 de rechtbank gevraagd de besluiten van 24 mei 2019 nietig te verklaren omdat zij niet met unanimiteit van stemmen zijn genomen, althans deze besluiten te vernietigen omdat zij volgens hem niet conform de statutaire voorschriften tot stand zijn gekomen. Die zaak is na de behandeling bij de rechtbank op de zitting van 11 mei 2021 op verzoek van de partijen in die zaak doorgehaald. Van de kant van STAK Bellivo werd namelijk de toezegging gedaan dat aan de besluiten van 24 mei 2019 geen gevolg meer zou worden gegeven. Dit hield verband met het feit dat inmiddels op 9 oktober 2019 nieuwe besluitvorming had plaatsgevonden binnen STAK Bellivo. Die nieuwe besluitvorming is onderwerp van de onderhavige procedure.
De bestuursbesluiten van 9 oktober 2019
3.1.6.Op de bestuursvergadering van STAK Bellivo van 9 oktober 2019 heeft opnieuw en grotendeels in gelijke zin besluitvorming plaatsgevonden over de onderwerpen waarover ook al werd besloten op 24 mei 2019. [appellant] heeft daarmee wederom niet ingestemd. Het gaat onder meer om de volgende besluiten:
- om voor STAK Bellivo een raadsman aan te stellen om haar belangen in en buiten rechte te behartigen en haar bij te staan in hoedanigheid van bestuurder/aandeelhouder binnen de diverse vennootschappen van de Bellivogroep, waarbij de communicatie tussen de raadsman en STAK Bellivo zal verlopen via de voorzitter van STAK Bellivo, [persoon B] ;
- om STAK Bellivo te laten verzoeken tot oproeping van een algemene vergadering van aandeelhouders van SA Bellivo, met op de agenda onder meer het ontslag van twee (externe) bestuurders van SA Bellivo en de benoeming van [persoon B] en [persoon D] (althans hun managementvennootschappen) als bestuurders van SA Bellivo;
- om STAK Bellivo op die algemene vergadering van aandeelhouders van SA Bellivo te laten stemmen vóór de voorgestelde ontslagen en benoemingen van bestuurders;
- om [persoon B] aan te wijzen als vertegenwoordiger van STAK Bellivo tijdens de ava van SA Bellivo.
3.1.7.Een vordering van [appellant] om STAK Bellivo te verbieden deze besluiten van 9 oktober 2019 uit te voeren, en om een tijdelijk en onafhankelijk bestuurder met beslissende stem voor STAK Bellivo te benoemen, is door de voorzieningenrechter van de rechtbank bij vonnis van 2 december 2019 afgewezen (351955 / KG ZA 19-657).
De statuten van STAK Bellivo
3.1.8.De statuten van STAK Bellivo, laatstelijk gewijzigd op 19 december 1996, bevatten bepalingen waarvan met name de volgende (onderdelen) voor de beoordeling van deze zaak relevant zijn:
“
Bestuur
Artikel 4
1. Het bestuur van de stichting bestaat uit ten minste vier en ten hoogste zeven leden.
(...)
5. Ingeval van één of meer vacatures in het bestuur blijft het bestuur niettemin volledig
bevoegd (...)
Bestuursvergaderingen, Plaats, Frequentie en Wijze van Bijeenroepen
Artikel 5
(…)
5. De oproepingsbrieven vermelden, behalve plaats en tijdstip van de vergadering, de te
behandelen onderwerpen.
(…)
Bestuursvergaderingen, Aanwezigheidsvereiste
Artikel 6
(…)
4. Voor zover de statuten geen grotere meerderheid voorschrijven, worden alle
bestuursbesluiten genomen met volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte
stemmen. Indien drie of minder bloedverwanten van de oprichters een functie binnen
het bestuur hebben dienen bestuursbesluiten te worden genomen met een meerderheid
van tenminste drievierden van de aanwezige bestuursleden, waarbij indien er twee of
drie bloedverwanten van de oprichters in het bestuur zitting hebben tenminste twee
van hen en indien er één bloedverwant van de oprichter zitting heeft in het bestuur
tenminste dit ene lid zich voor het voorstel moet(en) hebben uitgesproken wil het
voorstel zijn aangenomen.
(…)”
3.2.1.In eerste aanleg vorderde [appellant] :
I. Primair: te verklaren voor recht dat de ter vergadering van STAK Bellivo genomen besluiten d.d. 9 oktober 2019 nietig zijn;
Subsidiair: de ter vergadering van STAK Bellivo genomen besluiten d.d. 9 oktober 2019 te vernietigen;
II. STAK Bellivo te veroordelen in de kosten van de procedure.
3.2.2.Bij verstekvonnis van 3 februari 2021 heeft de rechtbank de primaire vordering van [appellant] toegewezen en voor recht verklaard dat de ter vergadering van STAK Bellivo genomen besluiten van 9 oktober 2019 nietig zijn, met veroordeling van STAK Bellivo in de proceskosten.
3.2.3.STAK Bellivo is tegen dit vonnis in verzet gekomen. Zij vorderde in verzet dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis (i) het verstekvonnis van 3 februari 2021, althans de daarin gegeven verklaring voor recht, zal vernietigen, (ii) STAK Bellivo zal ontheffen van de veroordeling in de proceskosten, (iii) [appellant] niet-ontvankelijk zal verklaren in zijn vorderingen in de dagvaarding, althans deze zal afwijzen, en (iv) [appellant] zal veroordelen in de kosten van de procedure.
3.2.4.Bij het vonnis in verzet – het vonnis waarvan beroep – heeft de rechtbank het verstekvonnis vernietigd en de vorderingen van [appellant] alsnog afgewezen, met veroordeling van hem in de kosten van zowel de verzet- als de verstekprocedure.
3.3.1.[appellant] heeft in hoger beroep drie (met Romeinse cijfers aangeduide) grieven aangevoerd. Hij heeft geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en tot het alsnog toewijzen van zijn vorderingen.
3.3.2.Bij memorie van antwoord heeft STAK Bellivo de grieven bestreden. Haar conclusie strekt tot bekrachtiging van het vonnis waarvan beroep.