In deze strafzaak stond verdachte terecht voor twee feiten van diefstal gepleegd op 19 maart 2022 in respectievelijk 's-Hertogenbosch en Eindhoven. De zaak kwam in hoger beroep bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch nadat verdachte was veroordeeld door de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis en deed opnieuw recht. Het veroordeelde de verdachte tot een gevangenisstraf van twee maanden, waarvan één maand voorwaardelijk is opgelegd met een proeftijd van twee jaar. Dit betekent dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd tenzij verdachte binnen de proeftijd opnieuw een strafbaar feit pleegt.
Daarnaast bepaalde het hof dat de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de opgelegde straf, voor zover deze tijd niet reeds op een andere straf is verrekend. Het arrest werd mondeling uitgesproken op 10 februari 2023 door mr. F.C.J.E. Meeuwis tijdens de openbare terechtzitting van het gerechtshof.