Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft een geschil tussen ouders over het ouderlijk gezag en omgangsrecht van twee minderjarige kinderen na beëindiging van hun relatie. De rechtbank had het gezamenlijk gezag beëindigd en het gezag aan de vader toegekend, terwijl de moeder het omgangsrecht voor onbepaalde tijd werd ontzegd. De moeder ging hiertegen in hoger beroep.
Het hof overweegt dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden sinds de aanvang van het gezag, waaronder de psychische problematiek van de moeder en de ondertoezichtstelling van de kinderen. De moeder is niet in staat om adequaat invulling te geven aan het gezag en het contact met de kinderen via sociale media ondanks ontzegging belast de kinderen. De vader wordt geacht de juiste zorg te bieden en er is geen bewijs van zijn drugsgebruik.
Het hof bevestigt dat omgang met de moeder op dit moment ernstig nadeel oplevert voor de kinderen en dat begeleide omgang of contact via videoverbinding niet passend is zolang de moeder geen behandeling ondergaat. Wel wordt een informatieregeling vastgesteld waarbij de vader de moeder eenmaal per kwartaal schriftelijk informeert over belangrijke zaken betreffende de kinderen. De proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het eenhoofdig gezag van de vader en ontzegt de moeder het omgangsrecht voor onbepaalde tijd met een informatieregeling.