De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot 6 maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van poging tot doodslag. In hoger beroep heeft het hof het primair tenlastegelegde medeplegen van poging tot doodslag vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van voorwaardelijk opzet op de dood van het slachtoffer.
Het hof acht echter bewezen dat de verdachte medepleegde aan een poging tot zware mishandeling door het slachtoffer meermalen te slaan en te schoppen, waarbij sprake was van een aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel. De verdachte droeg gymschoenen, wat het letsel minder ernstig maakte dan bij zwaarder schoeisel.
De strafmaat is bepaald op 4 weken gevangenisstraf en een taakstraf van 170 uren, waarbij rekening is gehouden met een overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg en hoger beroep. De verdachte had eerder geweldsdelicten op zijn naam staan, wat meewoog in de strafoplegging.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en deed opnieuw recht, waarbij het impliciet subsidiair tenlastegelegde medeplegen van poging tot zware mishandeling werd bewezen verklaard en strafbaar gesteld.